Mako Sharks

Matchbox: wie is er niet groot mee geworden? Favoriete modellen met grote motoren, vleugels en exorbitante neuzen werden gekoesterd en wellicht nog steeds. Corvettes spreken voor menig petrolhead al ruim vijftig jaar tot de verbeelding en sommige kleintjes werden ingeruild voor een 1:1. Niet de Mako Sharks.

Door Albert Mensinga

Niet de Mako Shark 1 en 2, want dat bleven prototypes en concept cars. En voor eeuwig jongensdromen. Geen Countach of Ferrari 250 GTO die daar verandering in kan brengen. Althans, niet in mijn hoofd. Is de Corvette C1 nog een weldadig en barok uitgevoerde American Diner on wheels, over de C2 (1963-1967) waait een heel ander bries. Scherper gelijnd, bruter en op menig circuit in race-uitmonstering een geduchte tegenstander. De aankondiging hiervan vindt al in 1961 plaats.

Mako Shark 1

In 1961 kondigt Chevrolet de opvolger van de C1 aan met een conceptauto met een naam die doet denken aan een geheim wapen om de de aankomende Cubacrisis de kop in te drukken: XP-755. Het publiek denkt er anders over en noemt het beestje bij de naam Mako Shark. Al was het maar omdat het in verchroomde letters op de flanken boven de uitlaatpijpen pronkt. Bill Mitchell (1912 - 1988), hoofdontwerper van GM, had iets met haaien. Zo hing er een gigantische Kortvinmakreelhaai aan zijn kantoormuur. Zelf gevangen en bijna vier meter lang. Anorak fact: met 68 km/u is het de snelste haai van allemaal en dat tekent het design.

De inspiratie die het opgezette beest hem de komende decennia gaf, is schier onuitputtelijk en zou de twee komende generaties Corvette (C2 en 3) tot in de jaren ’80 vormgeven. Ontwerper Larry Shinoda tekende voor de Mako Shark 1. Lawrence Kiyoshi Shinoda wordt in 1930 uit Japanse ouders geboren in Los Angeles. Zijn vader sterft op jonge leeftijd en de jonge Larry groeit op in een familie vol vrouwen. In de oorlog viert hij zijn artistieke lusten bot op schommelstoelen die hij voor zijn moeder en oma ontwerpt en uitvoert. Tijdens zijn tienertijd doet hij wat alle stoere jongetjes horen te doen: racen met hot rods. Hij gaat niet onverdienstelijk en hij wint in 1955 de eerste race van de National Hot Rod Association met een driftig verbouwde Ford Roadster, oorspronkelijk uit 1924. Na zijn studie aan het LA Art Center College of Design, die hij niet afmaken vanwege onbesuisd gedrag, werkt hij bij Ford, Packard en vanaf ’56 voor GM. Geen slechte plek, tussen Bill Mitchell en ingenieur Zora Arkus-Duntov. De Mako Shark zou uiteindelijk uitmonden in de meest beroemde en gevierde Corvette, de Corvette Sting Ray van 1963 en de vorm van dit eerste ontwerp bepaalt zijn verdere carrière, zoals de restyling van de Corvair, het Boss 302 Mustang-project van Ford en de aanzet tot de Jeep Grand Cherokee.

Stingray Racer Concept

Terug naar de conceptauto. Het publiek is wild van enthousiasme maar weet dat het geval, hoe fraai het ook is, nooit in die vorm op de markt zal komen en verfraait de standaardauto’s met kenmerken afkomstig van het showmodel. Inspirerende elementen afkomstig van Bill’s haai zijn de puntvormige snuit met overbeet, de uitlaten die als kieuwen de motorruimte verlaten en de zeeblauwe kleur die richting buik naar wit verloopt. Een stapje vóór dit model uit ’61 is de Stingray racer XP87 uit 1959. Dit platte geval is uitgewerkt naar een schetsje van Peter Brock en opgebouwd op een van de twee Corvette SS chassis, een project dat nooit van de grond kwam. Dick Thompson won in 1959 het SCCA-kampioenschap met de racer. Een jaar later reed Mitchell de auto privé om aandacht te trekken en interesse te wekken in het C2-project. Die Stingray Racer is thans onderdeel van de GM Heritage Collection. De Mako Shark 1 is als modelauto in geuren en kleuren verkrijgbaar en staat in het groot naast de Stingray racer.

Mako Shark 2

Over de Corvette C2 zijn vriend en vijand het eens: het is een sportief en tijdloos ontwerp. Je hoeft niet goed te kijken om te zien dat de oorsprong voor dit model voortkomt uit de Stingray en Mako Shark. Maar het kan nog extremer. GM krijgt de smaak te pakken en geeft opnieuw een voorzet op een nieuwe Corvette met de Shark 2. In feite is dit ontwerp een voorschot op de toekomst van ruim tien jaar later. Wie de 2 vergelijkt met concepten uit Europa begrijpt hoe extreem dit concept toen overkwam. Voor de veel minder behoudende Amerikanen zijn de rijdende ontwikkelingslaboratoria stuk voor stuk voer voor hun verbeelding en menig Handige Harry knutselt in schuur of loods een eigen Mako Shark lookalike in elkaar op basis van een C2 en later 3. GM wist als geen ander het imago van de prototypen uit te nutten en geeft Mitchell ruim baan om zijn ideeën uit te werken en vorm te geven. Voor de Mako Shark 2 gaat de geldkraan vol open en in april 1965 staat er een niet-rijdend kleimodel op de New York International Auto Show. Geloof het of niet, GM tikte de somma van $ 3 miljoen af om de auto in die vorm tentoon te stellen. Opnieuw valt het publiek in katzwijm, echter zonder zich te beseffen dat er aan de 2 enkele nadelen kleven die de Corvette ongeschikt voor de openbare weg maken, zoals vierkante uitlaatpijpen en een bizar gevormd pilotenstuurwiel. Als die zijn opgelost, schroeft GM een Mark IV 427 met Turbo HydraMatic automatische driebak in het vooronder en rolt in oktober ’65 een frisse en straatlegale auto de Parijse Autosalon in. De inzet van die zeven liter V8 is een primeur in een straatauto. In racerauto’s reed het dikke blok al de nodige rondjes. Details zoals de uitschuifbare voorbumper en dito achterspoiler zien we terug in de productieversie van de C3, vanaf 1968. Bedenk wel: ruim vijftig jaar geleden. De Porsche Boxster en Bugatti Veyron moesten nog geboren worden. De Mako Shark 2 krijgt een nog lagere en scherpere neus en heeft wielkasten die obsceen opbollend en met vloeiende lijnen van voor naar achter lopen. Wat niet iedereen doorheeft, is dat de 2 op een overtollig onderstel van een 1 staat. Een kleinigheidje…

Toekomstmuziek

Maar er is meer. Zo staan de stoelen rotsvast en is het stuur verstelbaar, net als de pedalen. Zo vindt iedereen een juiste positie om het gevaarte te besturen. Zolang het maar voorwaarts gaat. Zicht naar achteren is zo goed als niet bestaand, gelijk de Lamborghini Miura. Ook het dashboard is ‘niet van die tijd’. Zowel brandstof- als snelheidsmeter zijn digitaal. In uiterlijk dan. Denk Knight Rider. Ook futuristisch is de diagnosesystematiek die bijvoorbeeld aangeeft wanneer er een lampje stuk is. Alle overige knoppen zijn overzichtelijk tussen chauffeur en bijrijder geplaatst. In- en uitstappen gaat via een forse deur en om het de inzittende(n) makkelijk te maken klapt het dak open. Olie en water bijvullen gaat middels een aparte kleine klep in de motorkap. Handig.

De inspiratie is nog lang niet uitgewerkt en in ’69 komen de tekenaars van General Motors nog met een nog plattere en waanzinnige Manta Ray. Iedereen mag een mening hebben over schoonheid en Mako Shark prototypen uit de jaren ’60 mogen dan een uitwas zijn, ze vormden wel de basis voor een van de meest populaire en meest verkochte sportwagens aller tijden: de Corvette C3. De Corvettes geproduceerd tussen 1969 en 1976 droegen de naam Sting Ray. De C2 loopt tot modeljaar 1982 door.