Van Daf naar Stratos naar RS200...

Rallykanon Stig Andervang (1959) rijdt nog steeds, na heel lang Ford tegenwoordig in een Mitsubishi Evo. Begin jaren ’80 begon hij bijzonder voortvarend in ons land en navigator André Schoonenwolf (1952) zat regelmatig naast hem. Het duo won in 1984 de Tulpen Rallye. Maar er is meer. Veel meer.

Door Albert Mensinga

Tijdens de afgelopen nieuwjaarsborrel van de NAV, een gezellige club Nederlandse Autorensport Vrienden, kwam ik André tegen. Niet minder dan een Nederlandse rallylegende want hij navigeerde kanonnen als Per Eklund (rallykampioen Zweden 1976, baanrecord Pikes Peak tussen 2000 en 2012), Brör Danielsson (Audi Quattro), Guy Colsoul (rallykampioen België 1979, 1981), Chris Lord (Quattro en Ford Sierra), Henk Vossen (sinds 1968 nog steeds op WK-niveau), Jan van der Marel (rallykampioen Nederland 1978 t/m 1981, 1984, 1985, 1987), Man Bergsteijn (Opel Monza) en de ‘jongelingen’ Hermen Kobus (Renault, Ford en Skoda) en David Westenbrink (Ford en Chevrolet) naar de podia. Al in 1969 startte hij met DAF en tot 2010 reed hij op topniveau. Ik sprak hem in Zandvoort tijdens een ongewoon zonnige februaridag. Te warm om op het balkon te zitten!

Rustig en bedachtzaam vertelt André over zijn veertig jaren in de professionele rallysport. Hij kwam die tijd zonder al teveel kleerscheuren door, maar de afgelopen maanden liet het geluk hem in de steek: een arts spoot botox in zijn ader, met alle gevolgen van dien, en hij reed in december zijn Brabus aan gort: “Lage decemberzon, 22 km/h, total loss. Als je een narrow escape wilt creëren dan moet je dat met lage snelheid doen. Gelukkig stonden er drie bloembakken om de snelheid eruit te halen. In ’74 brak ik m’n rug en al mijn ribben door met een NSU 1200 TTS tegen een boom te klappen, frontaal met 150. Rob Slotemaker zei ‘het is maar goed dat het is gebeurd want dat doe je nooit weer’ en ik heb me aan mijn woord gehouden.”

André: vertel eens hoe je begon.

“Ik startte in ’69 en eigenlijk door mijn zuster. Ze reed in Zwitserland rallies. Het zat in de familie, mijn vader reed heel veel en was een avontuurlijke man. Eerst deed ik kaartleesritten en ik was zeer gecharmeerd door het Engelse systeem van pace notes. Op een dag verving ik stiekem mijn oom Andries, dat lijkt op André, en ben gewoon bij hem in de auto gestapt. Veertig jaar later heeft de ELE Rally (sinds 1964 jaarlijks verreden autorally in Zuidoost-Brabant) me voor dit feit gehuldigd. Uiteindelijk reed ik steeds succesvoller en toen wilde ik door, altijd als navigator. Ik had de drang om de pace notes absoluut te beheersen. Engeland was daarvoopr het land om in de gaten te houden. In 1955 reed Stirling Moss de Mille Miglia met Denis Jenkinson en zijn beroemd geworden ‘rol’ met aantekeningen. De evolutie van aanwijzingen in de autosport ging heel langzaam en verschoof van het circuit naar rally. Het verschil tussen een Mille, Targa Florio of rallyrit was toen eigenlijk niet zo groot. Qua navigatietechniek werd er eigenlijk maar wat aangerommeld. Met de Engelse notes kun je veel korter werken, de termen zijn korter. Dat is handig als het snel gaat.”

Het is natuurlijk een kolereherrie in de cabine. Nu zijn er microfoontjes.

“Die waren er toen ook al. Het leger gebruikten dat spul, in tanks bijvoorbeeld. Ik maakte zelf headsets en probeerde uit. Ze werden steeds kleiner. Uiteindelijk kwam ik terecht bij fabrieksteams. Eerst Ford (Escort BDA), toen Opel (met Ko Faas, Kadett GT/E), BMW (ook met Ko Faas, 320), Porsche (met Jan Bak, 911 SC), Ford (met Stig Andervang, Escort RS 1800 MKII, Escort RS Turbo en RS200), even met Jan van der Marel in Opel Manta 400 en met Dick Waaijenberg Mazda RX7 en toen voor Škoda (130 L) ook met Dick. De Nederlandse Lancia importeur Lanim kocht in ’86 een door Abarth geprepareerde Martini Lancia Delta HF Integrale 8v. Henk Vossen en ik reden er succesvol het Internationaal Open Nederlands Rallykampioenschap mee.”

De Nederlandse rallyhistorie lijkt een beetje vergeten…

“In 1974 brak de sport door. In het jaar dat Walter Röhrl in een Opel Ascona A het Europees kampioenschap rally won. Hij is een goede vriend en komt langs als hij in het land is. Vanaf dat moment werd het in Nederland groter. Nu is het in feite weer een amateursport. Er gaat wel veel geld in om. Al snel kwam ik in het buitenland terecht en heb jaren in België met Guy Colsoul gereden. Colsoul werd in 1988 betrapt op doping nadat hij de Omloop Van Vlaanderen won. Rallies als de Boucles van Spa (eerste in 1982) zijn loeizwaar en dan ging er wel eens een pilletje in. Hij reed in ’84 met Alain Lopes Paris Dakar. Als je met een achterwielaangedreven Ascona 400 door de zandduinen rost kun je wel wat extra pep gebruiken. Ze werden vierde”

Hoe kwam je in het buitenland terecht?

“Omdat ik georiënteerd was op Engeland meldde ik me bij het rallyteam van Ford in Bourne. Ik liep daar rond en na verloop van tijd kende ze me en kwam ik op hun lijstje van navigators terecht. En dan een rijder zoeken die uniek is he? Dat zijn altijd toevalstreffers. Ik reed veel in België en had contact met een fotograaf Ferry Weijens. Hij kende iedereen en zei ‘kijk eens naar die Zweden’. Zo kwam ik bij Stig Andervang terecht want hij zocht een navigator en wilde sowieso in Nederland rijden. Stig was heel goed in het bos maar had geen ervaring met dijken en asfalt. Dat was in ’84 en we wonnen alles achterelkaar; niet normaal. De Tulp, Amsterdam BP en Hellendoorn. En dan gaat het heel snel. In 2010 reden we voor het laatst met elkaar in een Nissan 350Z. In eerste instantie vond hij de auto helemaal niets maar na preparatie was ie tevreden en wonnen we Hellendoorn. Die man is zo bloedsnel.”

Ik zou niet goed worden, naast een rallycoureur: het gaat zo hard en je kunt niets doen!
“Je moet geen paniek maken en exact weten wat er gebeurd. Je voelt met je kont. Met name in een Porsche voel je niet wat er aan de hand is want hij gaat niet dwars. Ook niet de meest veilige auto want je hebt niets voor je. Net als met die NSU. Na die klap in ’74 moest ik een jaar revalideren. Dat deed ik in Spanje. Ik bedacht me dat ik professioneel wilde navigeren. Ik had een adviesbureau en nam me voor om maandelijks drie weken te werken en daarnaast rally te rijden. Midden jaren ’70 vroeg Lancia mij in Spanje of ik met Christine Dacremont de rally van Malaga wilde rijden, in de Stratos, de eerste speciaal voor rally ontworpen auto.”

Lancia
“Uniek natuurlijk. Ik vroeg aan Jan Kramer of hij mijn papieren wilde opsturen. Rijden met de Stratos was de meest interessante ervaring uit mijn carrière. Dat ding is zo groot (klein) als een Ford Fiesta Mk1, maar dan met dik 270 pk. Lancia was toen zo’n schitterend merk. De deuren stonden bijvoorbeeld bol op de plek waar de helmen van de inzittenden zich bevonden. Zo knap; maar wel krap. Als je met die auto over bospaden reed wist je niet wat je meemaakte. Eigenlijk is de Stratos de aanjager van hele speciale auto’s als de 037 en de Ford RS200. Ik heb genoten van uiterst bevlogen Giorgio Pianta, de meedogenloze constructeur en testrijder van de Abarth-divisie en vader van de Italiaanse rallysport. Als je met hem in gesprek ging, wist je niet waar het naartoe ging. Het is niet voor niets dat Lancia, na de succesvolle Fulvia, driemaal het WRC met de Stratos won. Tot in ’81 reed de auto succesvol, inmiddels allang niet meer met fabriekssteun. Han Akersloot (later directeur van de A.R.M. Groep voor Lancia) peuterde 2 miljoen sponsoring los bij Martini waarvan 1 miljoen opging aan marketing. Martini deed niets tegelijk: eerst Porsche endurance, daarna Brabham F1, en daarna rally met Lancia. Telkens succesvol en telkens met unieke auto’s.”

Martini: ik moet denken aan het ongeluk van Toivonen…
“Dat was geen ongeluk. Henri reed in ’86 op Corsica op dezelfde plek op dezelfde proef als in 1980 eraf ging. Een hele gemene bocht, wat kiezeltjes… Ik heb met ‘m gereden en dat was pure magie. Toen ik met hem op ijs had gereden was ik verkocht. Die Scandinaviërs waren sowieso bijzondere lui; echt abnormaal soms. Ze dachten twee, drie bochten vooruit en zo gaf ik ook de aanwijzingen door. Voor onervaren navigators niet te doen. Het is deels instinct en Zweden doen aan oriëntatielopen. Je wordt het bos ingestuurd met een kaartje met maar 10% van de informatie om thuis te komen. Als ik met Andervang door een bos reed hoefde ik soms niet te lezen. ‘Laat me even’, zei hij dan. Dan ging hij zo tekeer en draaide tot wel een halve minuut sneller een proef. Ik heb daar veel van geleerd. Dan moet je echt overgaan op zicht. En je volledig overgeven.”

Je rijdt niet meer he?
“Nee, ik zou eigenlijk in ’84 stoppen maar ik heb het tot 2010 volgehouden. Ik had toen een waanzinnig jaar met winst in Hellendoorn. Daarnaast reed ik de Carrera Panamericana en de Modena Cento Ore. Waanzinnig. Ik schrijf nog wel routes uit, zoals onlangs de tweede Maus Gatsonides ‘Kraantje Lek’.

“Vroeger zei ik over de rallysport ‘alles is gebaseerd op toeval en het onverwachte’ maar daar kom ik op terug. Ik heb geluk gehad. Je kunt nu niet meer als beginner in de rallysport scoren. Er komt nu zoveel meer bij kijken. Als ik zie hoe we in ’74 de Tulpenrally reden met NSU, zo gevaarlijk. In ’82 won ik met Jan Bak in Porsche en in ’84 met Andervang en dat was al zoveel professioneler. Vanaf 1975 reden we met een volledige rolkooi, die werd met steeds meer punten telkens veiliger. Een auto is wel sneller total loss. Ik reed met de RS200 een week aan kop tijdens de Himalaya Rally 1986 en toen ging er iets kapot… Dergelijke pech kan alleen in de rallysport.”

Er zijn te weinig pagina’s beschikbaar om een volledig verhaal te vertellen. Tijd voor een boek. Maar dat zeg ik bij iedere interview met een autosportcoryfee. We laten de tijd met de complexe RS200 even voor wat ie is en ook de illustere Daf 55 5, officieel met spatie, moet zeker nog een keer uitgelicht worden. Van dit Groep 6 prototype zijn er vier gebouwd, drie MF-en en de SE, waarvan er nog een ‘in leven’ is en zelfs af en toe rijdt. De gebruikte motoren kwamen niet van Daf zelf. Gordini prepareerde de Renault 1,3 en 1,44 liter en de TC 55 5 gebruikte de 1,6 liter Lotusviercilinder uit de Escort Twincam. Uiterst spectaculair maar onvoldoende uitontwikkeld om de podia te bestormen. Verbrandde Variomatics en kantelende Gordinizijgers speelden de snelle Dafs parten. En zijn tijd met de Groep A ex-fabrieks Lancia Integrale in ‘89: we laten de beelden spreken en het geluid mag je er zelf bij bedenken.