Een Alfa Romeo leeft

‘Wat, heb je een Alfa gekocht?’, is steevast de reactie van een kennis of iemand die het goed bedoelt en verwacht dat de Italiaan dan minstens om de week bij een garage staat. Nou nee dus. Mijn ervaring met moderne Alfa’s is heel anders: tijd voor een High Miler verslag.

Door Albert Mensinga

Italiaans staat cliché voor snel kapot, technische drama’s en oliedrinkende rookmotoren. Het ziet er goed uit maar rijden ho maar. Eigenaars van een keurige Lancia, stoere Fiat of nette Alfa weten beter. Menig auto is geweldig in elkaar geschroefd en mits goed onderhouden een droom die werkelijkheid wordt. Zeker na de 916 en 156 is roest bij Alfa Romeo niet echt een issue meer en technisch is een Alfa op z’n zachtst gezegd over-engineerd. Zo zijn de 1.9 diesels niet kapot te krijgen en geldt de 2.4 liter vijfcilinder als een van de fijnste zelfontbranders ooit. Ik verwachtte dan ook een overdaad aan diesels voor dit High Miler artikel maar niets is minder waar. Ook de benzinemodellen leven lang. Ik geloof in vette motoren; van die types die met veel olie eindeloos doorgaan. In het geval van de Nord, Twin Spark en Busso - de V6 genoemd naar ingenieur Giuseppe Busso die overigens ook de Nord bedacht - zijn kilometrages van drie ton geen uitzondering, met pieken tot ruim over het half miljoen.

Alfa Romeo 164, 1995, 358.403 km
Hendrik Koerts is eigenaar van een 164. Hij wil bij deze meeting zijn en brengt zijn Volvo mee. We beraadslagen een Type Vier Platform-special, dus met Saab 9000, Fiat Croma, Lancia Thema en Alfa Romeo 164. Na de zomer meer. Over 164 gesproken, Martijn Reukers brengt zijn zwarte 164 naar Huizen en we noteren 3,5 ton. Niet slecht voor deze beauty met hier en daar een plekje. Martijn: “Dit is niet mijn eerste en laatste Alfa. Ik rij eigenlijk alleen maar Alfa’s en zal dat ook blijven doen. Ik heb ook een 155. Die staat geschorst en daar kom ik zo min mogelijk aan, die koester ik echt. Een 164 had ik nog niet gehad en deze heb ‘m nu ongeveer twee jaar. Mijn GT ruilde ik ervoor in. De vorige eigenaar is inmiddels overleden en was ook een echte alfist. Dat geeft wel iets extra’s. Emotionele waarde vooral en ik rij eigenlijk zo min mogelijk met deze Alfa. Wind en regen maakt me niet uit: een Alfa is om mee te rijden. Hij is ook niet puntgaaf dat hoeft ook niet voor deze auto. Een echt clubmens ben ik niet, al ga ik wel eens naar open dagen en bijeenkomsten. Onlangs in Haarlemmermeer mocht ik ‘m binnen zetten. Een aparte ervaring. Je ziet ook niet vaak een 164 en ik heb best bekijks met de auto. Ik denk dat er weinig over zijn of dat eigenaren er geen moeite in meer willen steken en ‘m wegdoen. Het kostenplaatje overstijgt al snel de dagwaarde van de auto, als je ‘m goed en veilig wilt blijven rijden. Ik ben er ook heel eerlijk in en twijfel wat ik met de Alfa ga doen. Het is soms lastig om aan onderdelen te komen. Laatst zocht ik raam- en slotmechaniek en om een goeie hemel te krijgen, is erg lastig. Het is best een dure auto ondanks dat je weinig rijdt. Het scheelt als je zelf het een en ander kunt doen. Wat ik kan, doe ik zelf maar wat ik niet kan laat ik gauw aan een ander over. Als ik ‘m nu wegdoe, is de kans groot dat er niets van overblijft. En juist dat geeft motivatie erin te blijven rijden!” We duimen dat de 164 later dit jaar aanschuift bij het Tipo 4 verhaal!

Alfa Romeo 155, 1997, 319.840 km

Door naar een 155, ook al zo’n model dat je zelden ziet. In ons land was het model niet populair, in tegenstelling tot de kleinere 145/146 uit dezelfde periode. Voor werk van Ercole Spada kun je mij ’s nachts wakker maken. Hij ontwierp ook de Giulia Tubolare Zagato en TZ2, in mijn ogen de fraaiste gesloten racewagen uit de jaren ’60. Net als Martijn heeft ook Raymond Hendriks een 164 en 155 en koos hij de laatste voor vandaag. “Ook altijd Alfa gereden: je hoort het wel vaker he? Voor ‘erbij’ kocht ik een Skoda. Toen die de geest gaf, kocht ik deze 155; een grijze met donkergrijze wielen. Er zijn er nog weinig van. Die wigvorm en het rijgedrag is beter dan van onze 156. Hij is eigenlijk van mijn vrouw en ik heb wat zaken aangepast: QV-versnellingsbak, onderstel. Enkele jaren geleden ging een 155 voor oud ijzerprijzen over de toonbank en nu betaal je voor een eenvoudige 1.600 al snel een mille of zeven.

Ik deed mijn oude 75 weg voor vijfhonderd euro. Als je nu gaat kijken begint het bij het tienvoudige! Onze 155 heeft een 1.8 liter met Squadra-chip. Vanaf z’n vijfde versnelling bij 4.000 toeren lijkt het net alsof er een versnelling bijkomt als je eens even goed doortrapt. Door de APK komen, was geen centje pijn: vorige week ging het moeiteloos. Ik moet wel zeggen dat ik in mijn schuur nu een eigen brug heb dus ik doe zelf wel het een en ander. Van huis uit ben ik kok maar sleutelen gaat me steeds beter af. Het scheelt dat ik enkele monteurs in vrienden- en familiekring heb. Onlangs kocht ik een roestvrije 164 met wat werk, met drie kindjes net iets meer ruimte. Als die klaar is gaat de 156 weg en rijden we met twee ouwe bakkies het dagelijks vervoer. Er zitten wat krasjes en vlekjes op maar zo goed als geen roest. Het open dak werkt niet meer. Mag het na 22 jaar? Als ie op is, zoek ik een nieuwe. Het is lastig maar ze zijn er wel.”

Alfa Romeo 156 Crosswagon Q4 1,9 JTD, 2005-2007?, 560.277

Ruud maakt het bont met de jongste auto en de meeste kilometers. De vierwielaangedreven 156 Crosswagon Q4 is maar drie jaar geproduceerd. Bijzonder is dat Ruud de tweede eigenaar is en er alleen in de koude maanden (oktober t/m april) mee rijdt. Zijn andere Alfa’s hebben ook forse kilometrages: een 166 met 380k, een 155 met 240k en een Spider. “Ik kocht de Crosswagon van een Shell-directeur. Mijn kinderen zouden naar Engeland gaan en die wilde niet in de 155. Deze stond te koop, ik verdiepte me erin en vond het best een aparte wagen al is het niet direct mijn ding. Er zijn er ooit zestig geleverd in Nederland, waarvan nu nog 30 in de APK. Ondanks de kilometerstand is het een heel goede auto. Elke 20.000 is ie onderhouden. Ik heb een standaardprocedure voor elke auto die ik koop: distributiewissel, banden en alles dat gedaan moet worden. De dealer die de auto vanaf het begin kent, verzorgt dit. Het heeft geen zin om zo’n auto weg te doen want: wie wil er wat voor een Alfa Romeo betalen?” De discussie barst los. Met name over hoe bizar het is dat je voor nog geen 2.000 euro een prima Alfa van een jaar of 15, 20 koopt. “Ik ga graag naar evenementen maar niet met mijn auto’s. Daar vind ik ze niet bijzonder genoeg voor, ook al is een Crosswagon een zeldzaamheid. Over de vorm kun je twisten: het ziet er gaaf uit maar is niet echt praktisch. Ik noem het ook geen stationwagen. In een 145 kun je meer kwijt.” Opnieuw geven de Alfisti hun mening over hoe praktisch en hoe mooi. Dat de 156 twintig jaar na dato nog staat als een huis, qua vormgeving en rijervaring, is geen reden voor twijfel en dat geldt ook voor de 916-serie. Het zal niet lang meer duren voordat ‘correct’ overgebleven exemplaren in waarde zullen stijgen. “Een Audi A5 gaat in een bocht rechtdoor. Een Alfa Romeo ziet die bocht en gaat er zonder stress in en doorheen. Kijk, er is altijd wel een punt van kritiek, met name van liefhebbers van andere merken. Geen cupholders achterin of de plek van de radio (75), wat boeit mij dat nou? Het is wel zo dat Alfisti meer voor lief nemen. Dat hoort er gewoon bij. Als je pretendeert perfect te zijn, moet je het waarmaken. Bij Alfa Romeo gelden andere regels. Vanwege de passie accepteer je het gewoon.” Ik rij mee met de Q4 naar de fotolocatie en verbaas me over de staat van het interieur. Nu is deze 156 net zo ‘jong’ als de 147 Lusso van mijn vriendin en die ziet er ook nog puntfijn uit. Netjes met je spullen omgaan loont.

Alfa Romeo 166 2.4 JTD, 2005, 482.123 km

Nog een diesel. Niet de bekende en erg fijne 1.9 liter viercilinder maar de beruchte 2.4 vijfpitter. Een beer van een blok waar je niet alleen keihard mee kunt rijden maar ook nog eens 1 op 20 mee haalt. Ferry doet dat op 19” velgen.

“Ik heb ‘m gekocht met een hoge kilometerstand. Hiervoor had ik een 156 2.4 JTDm Euro 4 en de 166 is Euro 3 dus daar kom ik Utrecht niet mee binnen. Ik weet van wie deze Alfa is geweest en heb de boekjes tot 420k. Daarna kwam een eigenaar die er wat minder goed voor zorgde en toen is ook de distributieriem geknapt. Daarna kwam mijn garage-eigenaar en die wilde de auto niet eens op internet zetten. Hij reed er zelf in en daarna kocht ik ‘m over. Voor duizend euro. Dit is m’n zesde of zevende Alfa nu. Ik heb er nooit gedoe mee behalve als ik in Friesland ben. Ik woon in Limburg en heb schoonfamilie in Friesland. Onlangs ging de brandstofpomp kapot: mag het na 480.000? Er zit een zesbak in en je zit zo op de 200. In alle rust. De eerste keer naar Viva Italia ging ik met een kennis en hij reed een drieliter V6 Madeno tegen mijn 156 2.4 en hij kon me niet wegtrekken. Met deze 166 heb ik onnoemelijk veel geluk gehad. We gaan door tot de sloop ons scheidt.” En dat kan nog wel eens duren. De Alfa van Ferry ziet er nog prima uit en zal er met de dikke diesel nog zeker enkele tonnen bijdraaien.

De volgende keer
Hendrik Koerts bezit een 164 tweeliter turbo V6 met 240k en een witte drieliter met 140k. Geen echte High Milers dus. Hendrik heeft jaren gezocht om zijn V6 te vinden en later dit jaar besteden we er uitgebreid aandacht aan. “Een auto gaat vaak snel weg als er teveel onderhoud aan komt. Het is lastig om goeie exemplaren te vinden van Alfa’s uit de jaren ’80 en ’90.” Koesteren dus die schitterende Alfa’s. En niet bang zijn dat ze van ellende uit elkaar vallen. Heftige roest is al ruim 25 jaar uit beeld en de techniek is ijzersterk. Nu ben ik benieuwd naar die 916 met 6 ton op de klok. Wie?