Eerste generatie Boxsters (986, 1996-2005)

Revolution 986

Porsche was zo rond 1990 vooral een alles-moet-anders-show. De transaxle-modellen 944 en 928 liepen op hun eind en de laatste had nooit ook maar bij benadering gebracht wat men er eind jaren zeventig in Zuffenhausen van verwachtte. De Porsche 964 bleek nog duurder om te bouwen dan het 911 ‘G-Modell’ dat hij opvolgde en de verkopen ervan waren niet denderend. De beurscrisis van eind jaren tachtig had het merk, dat vooral had overleefd dankzij het feit dat de eerste lichting yuppies de 911 collectief tot zinnebeeld van financieel succes verhief, extra hard getroffen.

Door Eric van Spelde

Alles moest anders, en alles werd anders. Om te beginnen werd een jonge, energieke CEO aangetrokken in de persoon van de toen 39-jarige Wendelin Wiedeking. Die had een plan: faseer de oude modellen die niemand wilde kopen – althans niet tegen de prijzen die Porsche ervoor moest rekenen – uit, en vervang ze door nieuwe, niet alleen aantrekkelijker maar ook goedkoper te bouwen exemplaren. Daartoe werd de hulp ingeroepen van de experts op het gebied van ‘production engineering’ en ‘just-in-time’-levering van dat moment: Japanners.

Ook een (indertijd) relatief kleine autofabrikant als Porsche kon het roer niet direct omgooien, maar tegen het einde van 1993 waren de eerste tekenen van verandering zichtbaar: de 964 evolueerde naar 993 waarbij voor het eerst in de geschiedenis van dat model het uiterlijk fors werd aangepakt terwijl onderhuids de stap van 911 (G-Modell) naar 964 juist groter was dan van 964 naar 993; en op de Detroit Motor Show was aan het begin van dat jaar een concept car van een tweezits sportwagen met middenmotor voorgesteld met de naam Boxster. Het ontwerp bevatte duidelijke verwijzingen naar de Porsche-traditie van Spyders, met een tussen de cabine en de achteras geplaatste boxermotor zoals ook de Porsche 550 en 718 die hadden. De showauto had geen motor en er werd druk gespeculeerd over wat de plaats achter de twee stoelen van een eventueel productiemodel zou gaan innemen. Porsche stelde dat de Boxster niets meer of minder dan een concept was, maar wees er ook op dat het model tegelijk was ontwikkeld met de 996 die drie jaar later zou verschijnen. Als dat geen hint was…

Verschillen

Er waren behoorlijk wat verschillen tussen de concept car en het productiemodel dat uiteindelijk nog voor de nieuwe generatie 911 verscheen. En eerlijk gezegd waren die lang niet altijd in het voordeel van die laatste. Het showmodel, dat op de dikke driedelige wielen van de 993 GT2 stond, was ruim twintig centimeter korter en vooral aan de achterkant wulpser van vorm. De luchtinlaten vóór de achterwielen waren in de dorpels geïntegreerd. Dat zag er geweldig uit, maar zou er in de praktijk toe hebben geleid dat er veel te veel rommel naar binnen zou worden gezogen. Het interieur van de show car was… nou ja, show car, met twee duidelijk zichtbare propellers achter gaas in de middenconsole voor het ventilatiesysteem (naar het schijnt geïnspireerd op de langzaam draaiende fans in de film Blade Runner), en aangekleed met leer, aluminium en imitatie-schildpadschild. Het interieur van de eerste productieversie leek alleen voor wat betreft het instrumentenpaneel met vijf gedeeltelijk over elkaar geplaatste ronde ‘klokken’ op dat van de conceptversie – verder was het veel praktischer, veel meer mainstream en helaas ook veel meer plastic.

Op motorisch gebied hield Porsche aan de ene kant de traditie in stand, maar brak er tegelijk ook mee. De motor was net zoals bij alle 911-uitvoeringen een ‘flat six’ – een lijnmotor zou ook wel erg in tegenspraak zijn met de modelnaam die immers een samentrekking is van ‘Boxer’ en Roadster’ – maar dan wel watergekoeld. Vloeken in de kerk? Voor toenmalige 911-puristen waarschijnlijk wel, maar die zouden er vroeg of laat ook aan moeten geloven, want het werd onderhand ondoenlijk om de luchtgekoelde boxer aan de strenger wordende uitstooteisen en geluidsnormen te laten voldoen. Zodoende kreeg de 996, die een jaar na de Boxster de 993 zou opvolgen, een 3,4 liter uit dezelfde motorenfamilie als het 2,5 liter metende exemplaar waarmee de Boxster werd gelanceerd. Wie goed had gekeken naar de voorkant van het showmodel, kon de omschakeling naar vloeistofkoeling eigenlijk al een beetje voorspellen want de luchtinlaat midden in de neus was wel een beetje groot voor alleen een airco-verdamper.

Opmaat naar meer

Die motor was wel zo’n beetje de Achilleshiel van de eerste Boxsters toen deze eind 1996 op de markt verschenen, want hoewel hij met 204 pk voor de 1.250 kg wegende auto op papier niet direct onderbemeten was, liet vooral de trekkracht in het middentoerengebied – juist een sterk punt van de drieliter viercilinder in de 968 – wel wat te wensen over. Zeker omdat Porsche erin was geslaagd de Boxster een weggedrag mee te geven dat in alle opzichten ‘state of the art’ mocht heten; daar waren alle roadtesters van de autobladen het wel over eens. De vlakke stoelen met nogal korte zittingen pasten dan weer niet helemaal in dat beeld en sommigen vonden de Boxster in de uiteindelijke productieversie er wat klinisch en weinig spannend uitzien. Het maakte voor de verkopen weinig uit, want zeker in het begin kon Porsche de vraag niet aan, wat resulteerde in forse levertijden. Snel werd de Finse autofabriek Valmet (een soort Nedcar van het hoge noorden, waar toen onder andere ook de Saab Cabriolet werd gebouwd) gecontracteerd voor het produceren van Boxsters die daar vanaf eind 1997 van de band liepen. De Finse Boxsters zijn te herkennen aan de letters IT als elfde karakter in het chassisnummers waar de in Stuttgart gebouwde exemplaren ‘S’ hebben staan. Het overgrote deel van de Boxsters komt trouwens uit Uusikaupunki, waar Valmet is gevestigd en kwalitatieve verschillen zijn er hoegenaamd niet.

Boxster S en 2.7

Staat bij veel andere sportauto’s de eerste versie in retrospectief te boek als de meest pure en begerenswaardige, bij de Boxster is het eerder ‘een goed begin is het halve werk’. Dat werd duidelijk toen Porsche in de herfst van 1999 de Boxster S met 3,2 liter inhoud en 252 pk presenteert. Daarmee kreeg de kleinste Porsche eindelijk de motorisering die bij zijn onderstelcapaciteiten past, vonden veel journalisten en liefhebbers indertijd. Autoblad Autovisie ging zelfs zo ver te suggereren dat Porsche de standaard Boxster maar moest om-dopen tot Boxster M, van Mild waar de S voor Scherp zou staan. Maar ook de ‘gewone’ Boxster kreeg een upgrade: naar 2,7 liter en 220 pk. Belangrijker dan die zestien extra pk’s was de merkbaar grotere trekkracht in het lagere toerengebied. Vanaf modeljaar 2000 kregen alle Boxsters standaard zij-airbags en de Boxster S had een sportiever afgestemd onderstel met grotere wielen (voor 7 x 17”, achter 8,5 x 17”) en bredere banden. Ook het remsysteem was bij de Boxster S aangepast met roodgelakte remklauwen uit één stuk en vier zuigers per wiel op grotere, geperforeerde remschijven. Een jaar later voert Porsche bij beide Boxsters het elektronische gaspedaal in. Dat was noodzakelijk omdat Porsche het van de 911 bekende PSM (Porsche Stability Management)-systeem ook bij de Boxster invoerde. In het interieur waren een nieuw driespaaks sportstuurwiel en de tellers uit de 911 Carrera te vinden.

Voor het modeljaar 2003 kwam Porsche met een grondige facelift voor de Boxster en Boxster S. De voor- en achterkant van de auto, de luchtinlaten voor de motor en de achterspoiler waren helemaal nieuw. De oranje knipperlichten maakten plaats voor ‘witte’ exemplaren. Beide motoren kregen de laatste versie van het Bosch Motronic-motormanagement (ME 7.8) en iets meer vermogen. De Boxster had nu 228 pk en de Boxster S beschikte zelfs over 260 pk. De stoffen kap werd opnieuw ontworpen en de lijn ervan leek nu meer op de daklijn van de optioneel leverbare hardtop. De achterruit was nu van veiligheidsglas en had verwarming. Ook het interieur kreeg een vernieuwingskuur met een afsluitbaar dashboardkastje vóór de passagier en in het dashboard geïntegreerde bekerhouders.

De eerste generatie Boxster kreeg een waardig afscheid. Ter viering van het 50-jarig jubileum van een andere beroemde middenmotor-Porsche, de 550 Spyder, bouwde Porsche op basis van de Boxster S een op 1.953 exemplaren gelimiteerde serie van de ‘50 jahre 550 Spyder’, allemaal in het ‘GT Silbermetallic’ dat tot dan voorbehouden was aan de Carrera GT en het speciale ‘40 Jahre 911’ model. De donkerbruine interieurkleur ‘Cocoa’ was exclusief voor de ‘50 Jahre 550 Spyder’ (als alternatief was er donkergrijs natuurleder); het dak kon in dezelfde kleur of in zwart worden geleverd. De middenbanen van de verwarmbare voorstoelen, de pookknop, de handremgreep en de portiergrepen aan de binnenzijde waren overtrokken met leder in een exclusief patroon. De kunststof schalen van de stoelleuningen en nog wat andere interieurdelen waren in de carrosseriekleur gespoten. De 3,2 liter motor kreeg er voor deze gelegenheid nog eens zes pk bij en een speciale einddemper zorgde voor de juiste sound. Het onderstel was ten opzichte van de standaard Boxster S met tien millimeter verlaagd, de remklauwen waren in zilver gespoten en de 18-inchwielen die met vijf millimeter dikke spoorverbreders aan de wielnaven waren bevestigd, waren in twee kleuren uitgevoerd (zilverkleurige rand met een hart in donkerder grijs). Op 27 november 2004 introduceerde Porsche de tweede generatie Boxster voor 2005, type 987, in alle 85 Duitse Porsche-dealershowrooms tegelijk. Van de eerste generatie rolden in totaal 57.314 exemplaren van de band in Stuttgart en Uusikaupunki.

Voor:                                                            Tegen:

- Stuurt (nog) beter dan een 911                         - Risico dure motorproblemen

- Echt roadsterplezier                                            - Interieur wat plastic                        

- Prijzen nog schappelijk                                      - 2.5 heeft toeren nodig voor prestaties

- Zescilindergeluid   

Huidige waarde :

Porsche 986 Boxster 2.5 (1997-1999)   
A:€ 27.000 B: € 16.000 C: € 10.000 D: € 6.000 E: -

Porsche 986 Boxster 2.7 (2000-2002)

A:€ 28.000 B: € 16.000 C: € 12.000 D: € 7.000 E: -

Porsche 986 Boxster S 3.2 (2000-2002)
A:€ 32.000 B: € 18.000 C: € 12.000 D: € 7.500 E: -

 

Verkrijgbaarheid onderdelen: Alles leverbaar, wel tegen Porscheprijzen natuurlijk.

Prijsontwikkeling: De eerste generatie Boxsters bereiken een leeftijd waar langzamerhand het kaf van het koren wordt gescheiden. ‘Goed’ gebruikte vroege exemplaren met een onduidelijke onderhoudshistorie, een versleten interieur en aangeslagen velgen met budgetmerk banden koop je nog steeds (soms dik) onder de tien mille, echt heel mooie of bijzondere exemplaren met een lage kilometerstand beginnen nu toch echt duurder te worden (want schaars).

Clubadres: Porsche Club Holland, www.porsche-club-holland.nl

Concurrentievergelijking

De Boxster werd bij zijn verschijning vooral vergeleken met de TVR Chimaera (want: echte sportwagen in dezelfde prijsklasse) en de Mercedes-Benz SLK (want: hagelnieuwe tweezits roadster van een ander Duits topmerk). Tussen die uitersten kwamen later auto’s als de BMW Z3 in M-uitmonstering en de Honda S2000 met zijn extreem hoogtoerige viercilinder. Opvallend genoeg hebben al deze concurrenten de motor voorin.

 

BMW Z3 M Roadsters (1998-2002) 

motor:                                                6-cil lijn, 3201 cc

boring x slag:                                    86 x 91 mm

compressieverhouding:                    11,3:1

vermogen:                                        321 pk bij 7.400 t/min

topsnelheid:                                     250 km/h

lxbxh:                                                402 x 169 x 127 cm

gewicht:                                            1.350 kg

wielbasis:                                         246 cm

spoorbreedte v/a:                            142/149 cm

 

Honda S2000 (1999-2009)

motor:                                                4-cil lijn, 1997 cc

boring x slag:                                     87 x 84 mm

compressieverhouding:                    11:1

vermogen:                                        241 pk bij 8.300 t/min

topsnelheid:                                     241 km/h

lxbxh:                                               414 x 175 x 128 cm

gewicht:                                            1.250 kg

wielbasis:                                         240 cm

spoorbreedte v/a:                            147/151 cm

 

Mercedes-Benz SLK 230 Kompressor (1996-2004)

motor:                                                4-cil lijn, mech. compressor, 2295 cc

boring x slag:                                     91 x 88 mm

compressieverhouding:                     8,8:1

vermogen:                                        193 pk bij 5.300 t/min

topsnelheid:                                     231 km/h

lxbxh:                                               502 x 182 x 144 cm

gewicht:                                           1250 kg

wielbasis:                                         294 cm

spoorbreedte v/a:                            149/147 cm

 

TVR Chimaera 4.0 (1993-2001)

motor:                                                8-cil V, 3950 cc

boring x slag:                                    94 x 71,1 mm

compressieverhouding:                    9,8:1

vermogen:                                        240 pk bij 5.500 t/min

topsnelheid:                                     240 km/h

lxbxh:                                               401 x 189 x 122 cm

gewicht:                                           1060 kg

wielbasis:                                         229 cm

spoorbreedte v/a:                            147/146 cm