Dwergauto's deel 9: Italië

Door Albert Mensinga

De dwergauto is de kleinste auto. Liefhebbers denken waarschijnlijk direct aan de naoorlogse periode tot aan het begin van de jaren zestig, als met de stijgende welvaart de vervoerswens toeneemt. Rijden in de eerste jaren van de auto alleen doktoren, industriëlen en welgestelde burgers; halverwege de vorige eeuw kiezen steeds meer 'gewone' mensen voor transport dat sneller is dan een fiets en comfortabeler dan een scooter, motorfiets, voiturette en cyclecar. In deel 9 uit een serie van minstens veertien, dwergauto's uit Italië.

Natuurlijk gaan we keihard smokkelen. In Italië werden immers de allerfraaiste kleine auto's gemaakt, vinden wij. Dwergauto's of niet, in het land met de krapste steegjes van Europa was een kleine auto eerder een voorwaarde dan een noodzaak. En ook al is een Fiat 500 geen dwergauto, de opvolger van de Topolino (muisje) staat met vier banden op een grens waar de Mini niet overheen rijdt. Maar eerlijk is eerlijk: de Iso is de personificatie van de dwergauto. Een schets van een icoon.

Iso Isetta

Klein, schattig en elegant, zo mag je de ook in Spanje, België, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Brazilië en Argentinië in licentie gebouwde bijzonder succesvolle kleine beslist noemen. Verantwoordelijk voor de geuzennaam 'Bubble car' pruttelen tussen (9 april) 1953 en 1962 maar liefst 161.728 rijdende golfballen over de internationale wegen. BMW en VELAM zijn de meest bekende namen die de zuinige (1 op 30) Isetta (kleine Iso) lokaal produceren en hele volksstammen aan de auto krijgen. Al voor de Tweede Wereldoorlog produceert Iso scooters onder de naam Isothermos. Na de oorlog maakt Iso naast deze aparte tweewielers tevens high-end motorfietsen. In 1952 neemt ingenieur Renzo Rivolta de firma uit Genua over, hernoemt het Iso Autoveicoli S.p.A. en stationeert zich in Bresso in het noorden van Milaan. Hij maakt zich legendarisch met de Isetta, een dwergauto met eerst drie en later met vier wielen. Vanaf 1954 verkoopt Renzo de rechten en loopt binnen. Voor die tijd had hij in een jaar tijd al 20.000 auto's gebouwd en verkocht. De successtory die volgt, is ongekend.

Instant succes

Met 10 pk loopt de Isetta 85 km/u, voor wie durft. Een groter contrast met de auto's die volgen, bestaat niet. Vanaf 1963 volgen supercars met dikke Amerikaanse V8 motoren die de grens van 200 km/u ruim overschrijden. Maar begin jaren '70 loopt Iso vast en na een wild Formule 1 avontuur stoppen de activiteiten in 1974, uiteraard na een faillisement. Terug naar het begin waar Ermenegildo Preti en Pierluigi Raggi, beide gepokt en gemazzeld in de vliegtuigindustrie en dus bekend met lichtgewicht constructies, de Isetta ontwikkelen voortgedreven door de tweetakt van de Iso Moto 200. Vanaf dag één is de Isetta een succes. Heel slim is de voorzijde de entree voor de inzittenden. Het canvas dak is hun uitvlucht in het ongelukkige geval van een frontale aanrijding. De kleine achterwieltjes staan zo dicht bij elkaar dat er geen differentieel nodig is. BMW maakt de meeste Isetta's want in het geboorteland neemt de Fiat 500 al snel het stokje van de Italiaanse dwerg over.

Een bijzondere vermelding verdient de Iso Autocarro, net als de bekende Vespa Ape (insect: bij) een mini-bedrijfsautootje die zelfs als blusauto werd ingezet. Er zijn er zo'n 4.000 van deze krachtpatsertjes gebouwd die ladingen tot wel 500 kg aanoknden. De getoonde Isettacarro werd in 2013 voor 85k geveild. Toe maar...

Fiat 500 Topolino en Nuova 500

Een niet te missen voorganger van naoorlogse dwergauto's is de onweerstaanbare Topolino van Fiat, geïntroduceerd in 1936 en tot in 1955 geproduceerd. Gebouwd als een volwaardige viercilinder vierzitter werd de Topolino een symbool van het moderne Italië. Het was niet de bedoeling maar hij werd het wel: een echte stadsauto. Technisch stond Mickey Mouse z'n mannetje met een aerodynamische koets en een volwassen wielophanging. Het was duidelijk dat de Italianen de kleine auto serieus namen. Na de oorlog werd het muisje verder verfijnd en in 1955 min of meer opgevolgd door de veel modernere 600. De echte doorbraak van de Italiaanse dwergauto werd de Nuova 500 waarvan er tussen 1957 en 1975 niet minder dan zes miljoen zijn gebouwd. De originele Cinquecento is samen met auto's als de Austin Mini en Citroën 2CV de nekslag voor de dwergauto's. Wat is er al niet gezegd en geschreven over dit icoon? In 2007 eert Fiat de 50-jarige met een retromodel, de nog steeds geproduceerde en populaire Fiat 500. De leuktse variant vinden wij de zeldzame Giardiniera.

Autobianchi

Wie Italië zegt, ziet direct schitterende auto's voor zich en de Autobianchi is daarop geen uitzondering. De onooglijke gevalletjes bewaren we voor een volgende keer. Eerst even goed genieten. We noemen de Fiat 500 niet zomaar, de Autobianchi Bianchina is er namelijk op gebaseerd. Autobianchi produceert auto's van 1955 tot 1996. Het Italiaanse merk vindt zijn oorsprong in motorfietsfabrikant Bianchi. Edoardo Bianchi start al in 1885 een fietsenwinkel Milaan. Hij is de eerste Italiaanse fabriaknt die rubberen banden gebruikt. Sinds 1997 maakt Bianchi deel uit van de groep Cycleurope. In 1899 komt de eerste auto van Bianchi uit en acht jaar later neemt Edoardo deel aan de Coppa Florio met zijn 8 liter 120 hp Corsa. Na de Eerste Wereldoorlog heeft Bianchi succes met lichte personen- en bedrijfsauto's zoals de schitterende S9.

Na de Tweede Wereldoorlog pikt Bianchi pas na 1955 de draad weer op met de firma Autobianchi, een samenwerkingsverband met Fiat en Pirelli. De op de Fiat 500 gebaseerde Bianchina was het eerste resultaat, gevolgd door de Primula, een uiterst moderne familieauot met vier schijfremmen. De Bianchina-serie loopt van 1957 tot in 1977 en was er in Berlina (personenwagen met kofferbakje), Cabriolet (roadster), Trasformabile (cabriolet), Panoramica (stationwagen) en Furgoncino (bestelwagen). De stationwagen Panoramica F is met 85.00 stuks de meest succesvolle van het stel. Ook verliefd geworden op dit lekkers? Denk aan een aankoopprijs tussen de 15 en 40k. Amore!

Moretti

Nu we ons te buiten gaan aan schoonheid zijn we niet meer te houden en staan toch even stil bij Moretti, die sinds 1925 onder leiding van Giovanni Moretti motorfietsen bouwt. Net als Iso past ook Giovanni de motorblokjes toe in zijn piepkleine wagens. Vanaf de late jaren '40 begint Moretti succesvol te worden met de La Cita met 250 cc en 340 cc V-twin en iets later met opvolger 600. In 1953 komt de 750 uit en dat wordt de basis voor een serie guitige sportautootjes om je vingers bij af te likken. Voor een nette 750 Grand Sport tel je nu zomaar ruim een ton of meer neer. Let wel dat er dan een huidjes van Carrozzeria Zagato en Michelotti omheen zit; gee nenkele auto is gelijk. Wij kunnen onze ogen er niet vanaf houden en permitteren ons deze zijstap. Zoals de Nordmotoren van Alfa Romeo wel eens als kleine Ferrari's beschouwd worden, geldt eigenlijk ook voor de zalige viercilinders van Moretti: 71 pk scraapt de firma uit slechts 750 cc. In principe is de Grand Sport een verkleinde Ferrari 212 en de prestaties verbazen vriend en vijand. In de loop van de jaren '50 groeit het blokje naar 1.200 cc. Geniet in stilte van zoveel moois... In editie tien gaan we verder met 'echte' dwergauto's met het tweede deel over Italië en komen Vespa, Balbo, Gabry, Siata en Benelli.