Wereldauto

De Renault Rambler Classic is een vergeten klassieker. De auto was het resultaat van een Frans-Amerikaanse samenwerking, die niet lang stand gehouden heeft. De Rambler zou voor Renault een mooie aanvulling zijn op het programma. Voor American Motors was de auto bedoeld als entree op de Europese markt. Het werd geen succes en dat maakt hem misschien nog wel interessanter. De Rambler Classic van Gerard Schmaal in Veendam werd in 1965 op Nederlands kenteken gezet.

Door Jan-Erik Plettenburg


Met de verkoop van de Dauphine in Amerika ging het niet geweldig. Van de grote drie, GM, Ford en Chrysler, had Renault geen last, maar van de concurrentie van de compacte modellen van American Motors des temeer. American Motors had onder leiding van president-directeur George Romney ingezet op de compacte klasse. Hij vond de steeds volumineuzere en duurder wordende Amerikaanse sleeën maar niets: dergelijke slagschepen eisten veel ruimte op en consumeerden teveel brandstof. Zijn Rambler was op de thuismarkt een succes en een prima wapen in de strijd tegen de Europese importauto’s. Romney zag exportkansen voor zijn auto’s, maar in tegenstelling tot de grote drie had hij geen vestiging in Europa, waar hard werd gewerkt aan de eenwording van de markt. Romney zocht zonder resultaat contact met BMC in Engeland en met het noodlijdende Borgward in Duitsland om tenslotte bij Régie Renault terecht te komen. Het toen nog Franse staatsbedrijf kampte met problemen in de Belgische vestiging in Haren bij Brussel waar de Dauphines voor de export naar Amerika werden geassembleerd. Juist door de teruglopende verkopen in Amerika wilde Renault tot inkrimping van het aantal personeelsleden overgaan en de dagproductie terugbrengen van 330 tot 165 auto’s, in afwachting van de nieuwe Renault 4. De overeenkomst met American Motors bracht uitkomst. In Haren werd in 1962 gestart met de assemblage van de Rambler Classic. Voor Renault betekende de samenwerking ook weer een model in het hogere segment. Na de stopzetting van de productie van de weinig succesvolle Frégate in april 1960 had Renault geen antwoord op de Simca Chambord en laat staan op de grotere modellen van Citroën en Peugeot. Voor American Motors betekende de Renault Rambler een voet tussen de deur In Frankrijk, de Benelux, Oostenrijk en Algerije, waar het model bij de Renault-dealer werd verkocht, of in elk geval te koop werd aangeboden. In andere Europese landen werden speciale agenten aangesteld voor de verkoop van de Rambler. In Zwitserland startte American Motors een eigen verkooporganisatie en in Argentinië werd een assemblagefabriek geopend. De distributie van Renault-modellen in Amerika bleef in handen van Renault zelf.


Taxi
De Ramblers die in Haren werden geassembleerd, hadden om belastingtechnische redenen een groot percentage Belgische onderdelen; accu, banden, bekleding en ruiten waren van Belgisch fabricaat. De auto van Gerard Schmaal werd in 1965 geleverd aan de firma De Jonge die in Goes een garage met een tankstation en een taxibedrijf had. De Rambler werd ingezet voor taxivervoer. Daarom werd de auto afgeleverd met een hoofdsteun aan de kant van de passagier. Een taxiboekje in het dashboardvak laat zien waar de auto in zijn werkzame leven zoal is geweest. Uiteindelijk belandde de auto in een hoek van de garage, waar hij zeker twintig jaar had stil gestaan toen een Renault-liefhebber de auto in 1996 kon overnemen. Hij reviseerde de motor, die na al die jaren stilstand muurvast zat, repareerde de roestschade bij het linker achterspatbord en liet de auto gedeeltelijk spuiten. Gerard kon de auto overnemen; hij was op zoek naar een auto waar de hele familie inpaste. Hij had een Renault 5 GT Turbo gerestaureerd, maar dat zat geen achterbank in. Op een evenement sprak hij iemand die in deze Rambler had gereden en via via kwam hij in contact met de eigenaar. Sinds augustus 2018 mag hij zich de gelukkige eigenaar noemen van de Rambler. En hij is er blij mee; met veel plezier toert hij rond met zijn aanwinst.


Geen succes
De Renault Rambler Classic profiteerde elk jaar van de modelwijzigingen in Amerika. Modeljaar 1965 bracht de derde generatie met een grotere kofferbak, waarmee de totale lengte van de auto groeide met bijna 10 centimeter. Hoeveel Renault Ramblers er totaal zijn geproduceerd, is niet helemaal duidelijk. Wel is bekend dat er in Frankrijk tussen 1962 en 1967 iets meer dan 4.000 zijn verkocht. In Nederland zijn van de Renault Rambler Classic zijn nog acht bekend, waarvan er zes met een geldige APK. De auto is geen succes geworden: te duur, te Amerikaans en de Renault 16 die in 1965 op de markt kwam, deed de rest.


Wat vindt de taxateur ervan?
“Het is ongelofelijk hoe origineel deze Renault Rambler is. Alsof de tijd heeft stil gestaan. De achtergrond van de auto, maakt hem zo mogelijk nog unieker. Niet alles glimt meer zoals het ooit gedaan heeft, maar de auto is in een goede, originele ongerestaureerde staat, tussen staat 2 en 3. Bij een auto als deze is de vervangingswaarde moeilijk vast te stellen. Er zijn er niet veel van en er wordt zelden zo’n auto te koop aangeboden. Kijkend naar de Amerikaanse AMC, de schaarse advertenties en het unieke karakter van deze auto is een taxatiewaarde van € 11.000,-- gerechtvaardigd. Het is te hopen dat deze Renault Rambler nooit verloren gaat, want een soortgelijke auto vinden wordt nog een hele klus.”