Voorwielen voor tien personen

Door Albert Mensinga


Er zijn van die dagen dat je fijn nieuws krijgt. Het overkomt me enkele malen per week. Begin oktober kreeg ik een telefoontje van Ton van Rijn, bouwer van die brute Jensen C-V8 uit de OKm van afgelopen juli. Of ik een unieke Citroën in het Openlucht Museum van Arnhem wilde fotograferen…


Driekus Scholten (66) heeft een schadebedrijf in Epe. Hij werkt alweer vijftig jaar aan auto’s. “Een oude auto restaureren is geen uitdaging meer voor mij. Ik wilde eens iets anders.” Gelukt Driekus! Wat een prachtding. En nog een Citroën ook. Zoals de oplettende lezer inmiddels weet, besteden we graag aandacht aan feestvarkens: het eigenwijze merk bestaat dit jaar 99 jaar. En dan mag, naast de GS(A), Eend en DS een Traction Avant niet ontbreken. Doe maar een Speciale dan. De CX en HY volgen uiteraard nog.


Natuurlijk zei ik ‘ja’
Zo’n kans laat ik niet lopen. Op de door Ton (Jensen Heritage Center) gestuurde foto’s zag ik een staalgrijze lage en ultralange pickup staan. En dat kan omdat de TA voorwielaangedreven is, doormidden gezaagd, verlengd en voorzien van de onafhankelijk afgeveerde HY-achteras. De HY ‘ribbelbus’ was het werkpaard van Citroën, met een goedkoop golfplaten huidje, guitig mopsneusje en dankzij de op de hoeken geplaatste wielen een uitstekende wegligging. Het werd een megahit vanwege de lage laadruimte, want ook voorwielaangedreven. Het voor de oorlog ontwikkelde H-type kwam in 1947 uit en na 34 jaar rolde er bijna een half miljoen van de band. Evenals de TA heeft ook de HY een gelaste zelfdragende carrosserie, de eerste bedrijfswagen ooit op die wijze gebouwd. Bovendien is de auto licht dankzij onafhankelijke wielophanging met torsiebars. De pick-up van Driekus weegt dan ook niet veel meer dan 1.200 kg, evenveel als de maximale laadcapaciteit. In dat licht bezien is het ongelofelijk dat de zwaardere, ondergemotoriseerde VW T1 met de helft aan laadvermogen zo populair kon worden, terwijl hij ook nog eens als een draak reed en verse lading deed stinken, vanwege de luchtgekoelde boxermotor achterin. Een HY-busje is de ideale foodtruck, vanwege de stahoogte en het gemak waarmee ‘alles achter de cabine’ kan worden aangepast. En kijk eens goed naar de bedrijfsbussen van vandaag: precies, en de HY was de eerste.


Eigen ontwerp
Zo’n ultralage laadvloer wilde Driekus ook. “Ik had nog een Traction in delen in een hoek staan. Een project waar ik maar niet aan toe kwam. Destijds waren er Franse carrosseriebedrijven die op bestelling van een gemeente of bedrijf auto’s bouwden en naar dat voorbeeld kreeg ik het idee voor deze Pick-up. Ik heb al zoveel auto’s ‘gewoon’ gerestaureerd, daar zit voor mij geen uitdaging meer in. Het leek me ook wel aardig om er een campertje van te bouwen. Dat hebben we maar niet gedaan want ik hou eigenlijk niet van kamperen. Zoals ie nu is, is het geen zelfdragend chassis meer. Als je achterop kijkt zie je de twee balken zitten, daar zou ook een trekhaak aan vast kunnen. Die lage bak beviel me wel. Je kunt er nu bijvoorbeeld ook een motorfiets opzetten.


Het is niet de eerste keer dat je een auto in elkaar zet Driekus?
“Nee, ik werk al vijftig jaar aan auto’s, schades en zo. Als ik eenmaal iets in de kop heb zitten, wil ik het maken ook. Hier kwam geen tekening aan te pas. Ik heb van alles gerestaureerd en oude auto’s trekken me wel. Ik had die TA eens van iemand gekocht voor 700 guldens zo helemaal uit elkaar. Het chassisnummer was leesbaar en nadat ik gecheckt had of de auto niet gestolen was en het kenteken niet al ingeleverd was, ook in Frankrijk, kon ik aan de slag. Ik doe het ook niet voor de verkoop. Iedereen hield me tegen en zei: ‘Je hebt er geeneens papieren bij man!”, en dan denk ik: ‘Dat zullen we dan nog wel eens zien.’


Ah, dat is voor jou de uitdaging!
“Ja, de keuring was wel een ding. Twee van die inspecteurs zijn twee uur bezig geweest met mijn Citroën. Geen opmerkingen he? Ik sloeg een keer op het stuur en reed met een dikke glimlach naar huis. Voor mij is het dan klaar he? Van mijn vrouw mocht ie nog even blijven staan, maar nu is het tijd: ik doe alles wat me in de weg staat van de hand dus ook deze unieke Citroën die inmiddels twee jaar klaar is. De Mini blijft over want als ik die weg doe krijg ik ruzie met mijn vrouw.”
Ton vult aan: “Sinds twee jaar is de wet aangescherpt en mag je de wielbasis van een voertuig niet meer aanpassen. Een auto als deze Pick-up kan dus nooit meer gebouwd worden. Deze is nog goedgekeurd.”


Ton, vertel is over het Openluchtmuseum Arnhem?
“Ik stuurde het Openluchtmuseum Arnhem een mail met de vraag of we de Pick Up op locatie mochten fotograferen en dat was geen probleem. Het is een fantastische plek waar de Traction geweldig tot z’n recht komt.”


Achterop
De eerste in serie gebouwde voorwielaandrijver is uit de geest en van de hand van André Lefèbvre (in 1932 door André bij Renault weggekaapt) en Flaminio Bertoni. Dit uiterst creatieve duo tekende ook voor de 2CV, HY en ID/DS. Tussen 1934 en 1957 werden er 770.000 Traction Avants gebouwd. De 11 BC was de Commerciale uitvoering. Een keur aan noviteiten werd niet veel later – lees: na de oorlog – door bijna alle belangrijke fabrikanten overgenomen. Naast de genoemde koets, ophanging en aandrijving zijn dat: hydraulische remmen, een viercilinder met kopkleppen en natte cilinderbussen en tandheugelbesturing. Ook al heeft de Fransoos een klassiek voorkomen het rijdt boven verwachting.
Voorin is plek voor twee. Ton en Driekus rijden afwisselend de Pick-up van tramremise naar Van Gend & Loos en Zaanse Schans. Onze twee gidsen van het museum, een in Citroën geïnteresseerde buurvrouw en ik stappen eenvoudig in de met essenhout beklede laadbak die keurig met een deurtje afsluitbaar is. Met gemak rust mijn onderarm op het dak en ik verwacht eigenlijk een wilde rit. Niets van dit alles; de TA nodigt met de passagiers in de bak niet uit tot paniekerig vastgrijpen en schrap zetten. Ik reed met modernere bussen die minder comfortabel waren. Nu helpt de lange wielbasis behoorlijk mee. Met de gezellig ronkende 1.911 cc-pruttelaar, die we ook kennen van de Snoek, gaat het over trambanen, klinkerweggetjes en rustiek aangelegde zandpaden.


Comfortabel
Wat een uitzicht! De cabine staat een 360-gradenblik toe en dat is een aparte ervaring. Het museumpubliek geniet mee. De starende blikken begroeten we met een glimlach en wuivende hand. De bezoekers weten niet wat ze zien. Wij wel, want de gehele achterbak-entourage is een regelmatig bezoeker van het Openluchtmuseum. De remise is de eerste stop. De zon staat goed, het plein voor de remise staat er perfect bij en alleen een elektrisch dienstwagentje versperd ons zicht. Helaas, twee grote deuren schuiven open en twee antieke trams knarsen naar buiten. Wacht nou toch even; we zijn bezig… Na een handvol vijven en zessen rijden de museumtrammetjes ietsje door zodat de Citroën weer naar z’n plekje in de schaduw kan. Ton rijdt de Pick-up naar de volgende stop, naast een Commer van Van Gend & Loos. We raken aan de praat met de chauffeur van de T-Ford van het museum die uiteraard met meer dan gemiddelde belangstelling de Citroën van dichtbij bestudeerd. Het is tijd voor een kopje thee en na een korte rit komen we aan bij de poffertjeskraam waar onze groep even lekker in het zonnetje kan genieten. Een schoolgroep tieners heeft interesse in de TA: “Voor een tientje wil ik ‘m wel.” Driekus lacht het weg. Zijn creatie moet iets meer opbrengen. “Deze Citroën is uniek, en ik wil plaats maken in de garage. Doe me een goed bod.”

Op de foto’s die ik die middag op social media zet, krijg ik direct reactie. Waaronder twee heel serieuze. Misschien is ie al weg voordat het magazine uit is, maar je kunt het gerust proberen.