Formule 1-iconen

In de Formule 1 zijn twee titels te behalen: het wereldkampioenschap voor coureurs en constructeurs. In de serie ‘Formule 1 iconen’ is de auto de ster. We gaan terug naar het jaar 1980.

Alan Jones en Williams-Ford FW07B
Williams is een hopeloos achterhoedeteam, wanneer eind 1977 Arabische miljonairs besluiten geld te pompen in de renstal van hardloopfanaat Frank Williams. Firma’s als Techniques d’Avant Garde (TAG), Dallah Avco, Albilad (van de familie Bin Laden) en Saudia Airlines trekken ruimhartig de portemonnee. Ontwerper Patrick Head en coureur Alan Jones stappen in het ambitieuze project, dat vrijwel meteen zijn vruchten afwerpt. In 1978 is er met de compacte FW06 al een podiumfinish mogelijk, in de tweede helft van 1979 blijkt de efficiënte FW07 (met zogenoemd grondeffect) de snelste auto van het veld. Een jaar later is team Williams Grand Prix over het hele seizoen genomen de bovenliggende renstal, al komen de titelaspiraties van kopman Jones in het najaar nog aardig aan het wankelen.

Door Rik Werner

Veel Formule 1-fans zijn Alan Jones al bijna vergeten. Je zou de wat brommerige Aussie kunnen vergelijken met Jody Scheckter, eveneens éénmaal wereldkampioen. Toch mag de op 2 november 1946 in Melbourne geboren Jones zich erop beroepen dat hij de eerste coureur is die Williams een wereldtitel schonk. Na Jack Brabham bovendien de tweede en voorlopig laatste Australische ‘champ’.

Durex
Alan Jones krijgt het racevirus niet van een vreemde. Zijn vader Stan Jones is in de jaren vijftig een redelijk succesvolle autocoureur die in ’59 de niet voor het WK meetellende Grand Prix van Australië op zijn naam schrijft. Vader Stan runt ook een Holden-garage, waar de jonge Alan af en toe een handje toeschiet. Jones junior weet dan al dat zijn toekomst op de circuits ligt. Hij racet af en toe met Mini’s en Coopers en doet dat meer dan verdienstelijk. In 1971 ziet Jones kans een compleet seizoen Formule 3 in Europa te rijden, en grijpt twee jaar later door mechanisch malheur nipt naast de titel. In 1974 rijdt hij enkele races in de Formule Atlantic en stapt al snel over naar een beter team, geleid door Harry Stiller. Die geeft hem later in het jaar de mogelijkheid te debuteren in de Formule 5000, een klasse die dicht tegen de F1 aanschurkt. Stiller gelooft heilig in het talent van Jones en biedt de inmiddels 28-jarige de kans in de Spaanse Grand Prix zijn F1-debuut te maken met een Hesketh 308. Het is de race waarin de Duitser Rolf Stommelen, in de straten van Montjuich, door een afgebroken achtervleugel in het publiek belandt waarbij enkele toeschouwers het leven laten. Jones krijgt de kans de gewonde Stommelen te vervangen bij het team van Graham Hill en finisht prompt als vijfde in de Grand Prix van Duitsland op de Nürburgring-Nordschleife. Jones verkast in ’76 naar Surtees en valt niet alleen op door de Durex-sponsoring op de auto, maar ook door enkele klinkende resultaten. De vierde plek in de finalerace op een drijfnat Fuji is er één om door een ringetje te halen.

Eerste zege met Shadow
Toch begint het F1-seizoen van ’77 zonder de inmiddels 30-jarige Australiër. Jones kan niet langer met John Surtees door een deur en weigert een nieuw contract. Maar andermaal helpt het noodlot Jones een handje. Shadow biedt hem een contract aan als opvolger van de op Kyalami tragisch verongelukte Tom Pryce. Jones grijpt de buitenkans met beide handen aan en etaleert andermaal zijn talent door in Oostenrijk zijn eerste Grand Prix-zege binnen te hengelen, gestart vanaf P14. Frank Williams, die door een Arabische kapitaalinjectie grootste plannen heeft voor zijn achterhoedeteam, ziet in Jones de ideale man voor succes op de middellange termijn. Jones hapt toe, evenals de getalenteerde ontwerper Patrick Head. Williams, Head en Jones vormen in een mum van tijd een perfect op elkaar ingespeeld driemanschap. De Ford-Cosworth DFV V8 aangedreven FW06, de eerste auto van Heads hand, valt in ’78 op door zijn eenvoud. En op gezette momenten door snelheid. Jones eindigt tijdens de voorlaatste GP van het seizoen op Watkins Glen verrassend als tweede. De FW07 die het jaar erna volgt is wellicht Heads beste creatie ooit, maar helaas komt de auto met een debuut tijdens de vijfde race van het jaar (in Jarama) iets te laat om nog een rol van betekenis te kunnen spelen in de titelstrijd. Het model is niet revolutionair, maar technisch duidelijk geïnspireerd op de dominante Lotus 79 van het jaar ervoor. Een wingcar dus, met grondeffect en bewegende zijschorten (skirts). Williams besluit in ’79 met twee auto’s ten strijde te trekken en legt oude rot Clay Regazzoni (39 inmiddels) vast als wingman naast Jones. Naar mate het seizoen vordert komt de fraai gelijnde FW07 steeds beter op stoom. Al tijdens de tweede inzet, in België, gloort een zege voor Alan Jones wanneer hij met een riante voorsprong de race leidt, maar elektrische problemen voorkomen een sensatie. Regazzoni eindigt in Monaco als tweede en bezorgt Williams de eerste winst op Silverstone wanneer Jones door pech opnieuw voortijdig de handdoek in de ring moet werpen. Vervolgens is de beer los, Jones wint achtereenvolgens overtuigend de races op Hockenheim, Zeltweg, Zandvoort en Montréal. De Australiër eindigt als derde in het WK achter Ferrari-rijders Scheckter en Gilles Villeneuve en stelt nadrukkelijk zijn kandidatuur voor de titel in ’80.

Orde op zaken
Met de van Lotus overgekomen Carlos Reutemann als nieuwe secondant is Jones de torenhoge favoriet voor het wereldkampioenschap van 1980. Patrick Head slijpt de FW07 verder fijn en presenteert de FW07B, nu ook voorzien van sponsoring van Leyland en Mobil. Bij de seizoenstart in Buenos Aires staat er geen maat op Jones die vanaf pole position de zege opeist. Maar in Brazilië eindigt de titelpretendent slechts als derde en de races op Kyalami en Long Beach worden door pech en ongevallen puntloos afgesloten. Nelson Piquet (Brabham) en de Ligier-coureurs Jacques Laffite en Didier Pironi ontpoppen zich als geduchte tegenstanders, evenals de turbo aangedreven Renaults van Jean-Pierre Jabouille en René Arnoux. In de zomer lijkt Jones echter orde op zaken te stellen met overwinningen in Spanje (niet meetellend voor het WK), Frankrijk en Engeland. Een lekke band voorkomt een nieuwe overwinning op Hockenheim (het wordt nog P3) terwijl Jones in Zeltweg pal achter Jabouille als tweede finisht. De titel gloort, maar op Zandvoort maakt een overenthousiaste Jones een onnodige stuurfout. Het kost hem de zege, terwijl rivaal Piquet met de volle buit aan de haal gaat. De Braziliaanse Brabham-coureur ziet in Italië opnieuw als eerste het zwart/wit geblokt. Voor een radeloze Jones, die zijn riante voorsprong in het klassement plots als sneeuw voor de zon ziet verdwijnen. Een afknapper dreigt, maar een enorme startcrash in Canada komt de Williams met startnummer 27 goed uit. Slachtoffer Piquet, nota bene vanaf pole gestart, moet in de reserveauto overstappen die al snel de geest geeft. Na een tijdstraf van Pironi wint Jones voor teamgenoot Reutemann de race én de wereldtitel. De seizoenfinale op Watkins Glen is nog slechts een formaliteit en opnieuw finishen de Williams-rijders als eerste en tweede. Williams verovert, met dank aan een consistente Reutemann (die één zege boekt in Monte-Carlo) het constructeurs-WK, waarmee het Brits-Arabische project uitmondt in een sprookje uit 1001 nacht.

Vaarwel
In 1981 is een opnieuw aangepaste Williams-Ford FW07 (nu in C-spec) wederom in staat om voor het kampioenschap te strijden - het seizoen begint ijzersterk met twee dubbelzeges - maar raadselachtig vormverlies bij Reutemann en een reeks technische tegenslagen bij titelhouder Jones bezorgen concurrent Piquet de rijderstitel. Wél is de FW07 opnieuw goed genoeg voor de constructeurstitel. De auto komt in ’82 als FW07D voor het laatst op Long Beach tot inzet, met Keke Rosberg en invaller Mario Andretti voor de gestopte Reutemann als rijders. En Jones? Die houdt het na ’81 voor gezien al wint hij nog overtuigend zijn laatste inzet voor Williams in Las Vegas. Hij keert in ‘83 even terug in de F1 als gelegenheidscoureur bij Arrows en komt bij een tweede comeback in 1985 en ’86 voor het Amerikaanse Beatrice Haas Lola-Ford team uit. Dat project blijkt een fiasco, Jones rijdt slechts tweemaal in de punten. Eind ’86, nota bene ‘thuis’ in het Australische Adelaide, zegt Jones de eredivisie van de autosport definitief vaarwel. – 1400w