Puma 1600 GTE

De firma Sieberg importeerde van 1973 tot 1975 de Braziliaanse Puma sportwagen en in 1978 probeerde de Hollandse Auto Importmaatschappij te Rijnsburg het nogmaals. Veel werden er niet verkocht. In mijn autohart kreeg de kleine coupé toen alvast wel een plekje toebedeeld.

Door Albert Mensinga

‘Misschien wel de meest fraaie manier om Kever te rijden’, bedacht ik tijdens de rit door het Veluwse landschap rondom Barneveld. Niet helemaal eerlijk, want de sierlijke en slechts 700 kg wegende Puma is gebouwd op een verkort onderstel van een Karmann Ghia en doet in niets denken aan de onhandig rijdende Volkswagen. Qua weggedrag is de 1600 te vergelijken met een Porsche 914. De viercilinder wel te verstaan. Van de verschillende typen Puma staan er in ons land toch nog twintig op kenteken en de zilverkleurige GTE van Bart is er een van. Ik vind de auto onbeschrijfelijk mooi: met hints van de Alfa Romeo Montreal, schitterende rondingen en met het van luchthappers voorziene Coupédak een soort mini Mustang Fastback. Er is geen hoek waar de proporties niet goed uitkomen. “In de showroom van mijn broer staat er nog een. Maar die heeft niet de fijne nuances van deze zilveren auto. Die is te ver afgeschuurd. Het is glasvezel he?”, aldus Bart. “En bovendien is ie gespoten met de plantenspuit. Ik maak ‘m netjes oranje, zoals op de cover van de OKm van september.”

Quote “De mensen weten niet wat ze zien!”

Van Hoef laat zich als ZZP-er inhuren door garages. Techniek is zijn passie. Hij verteld enthousiast over Alfa Romeo en BMW en we staan stil bij een fantastische muisgrijze Mini uit 1971. In 2016 verkocht hij zijn bedrijf en nam hij ‘een jaar vrij’ om eens goed na te denken. Bart wilde ‘iets’ met een bijzondere auto en ontdekte de verrichtingen van Volkswagen, zoals de SP2 gebaseerd op de Variant en de Karmann Ghia TC (Touring Coupé) getekend door grootmeester Giorgetto Giugiaro. Al snel kwam de Puma op zijn pad. Heel toevallig – echt? – vond ik zijn gegevens via Facebook. In de OKm van september staat de aanleiding: het geschiedenisverhaal over de firma opgetekend door collega Rik Werner, die op zijn beurt aan de slag ging met een door mij in zijn handen gedrukte folder van Puma, die een gat in mijn bureau brandde. Gretig omarmde hij het kleinood en schreef er vijf pagina’s over vol; van de rappe driecilinder tweetakt DKW-Malzoni tot de recente Zuid-Afrikaanse ontwikkelingen (die inmiddels gestopt zijn omdat het niet echt lonend bleek). Bart ontdekte het merk Puma, een auto die op z’n retour was toen Van Hoef nog geboren moest worden, en ontdekte tevens de gretigheid waarmee de Braziliaanse Puma-pracht door de Nederlandse fans wordt omarmd.

Even bij het begin Bart.
“Ik was twaalf toen ik bij een bedrijf auto’s ging wassen en op m’n veertiende kocht ik die Mini. Ongerestaureerd, maar nog als nieuw. Heeft iets van 68.000 gelopen nu. Moet je dat interieur zien. Eigenlijk is het Innocenti, en een automaatje.” waar Barts hart vol van is, loopt zijn mond van over. Urenlang praten we over de lol van techniek, het genoegen van lekker sturen en de reacties op de Puma.

“Afgelopen zomer reed ik met mijn kameraad in de buurt van Nijmegen. Zitten we op een terras, komt er een meneer naar me toe: ‘Da’s een Puma he? Ik heb de originele Nederlandse folder.’ Kijk, zo maak je vrienden. Op Ruinerwold, op de terugweg, duimen omhoog, lachende gezichten. Het houdt niet op. Maar ja, het is dan ook zo’n unieke auto. Ik haal ze in goede staat naar Nederland en knap ze hier op tot perfectie en verkoop ze door. De GTE vind ik het fraaiste model. Dit type werd van 1973 vrijwel onveranderd tot 1976 gemaakt. Het ontwerp heeft wel iets van een Lamborghini Miura he?”

Ik snap de vergelijking maar in mijn ogen klopt het niet. Iedereen die de Sebring Sprite Lenham GT kent, weet waarom. Al geef ik Porschehandelaar Eric Wolbert gelijk – we reden even aan om hem de Puma te showen – die dacht dat er een Ferrari 246 GTS aankwam rijden. Bart kende Wolbert (Achterveld, naast Barneveld) niet en schoof zijn plastic schone naast een niet minder imposante en eveneens door een 1.6 liter voortgedreven 356. Op zijn beurt had Eric nog niet eerder een Puma in het echt gezien. Hij schatte de vraagprijs goed in. Door naar de volgende ronde.

Geweldig Bart, wat schit-te-rend…
“Zo vind je ze niet hoor. Daar zit wel wat werk in. Een ding moet me wel van het hart: een Puma is echt geen kitcar. Vanwege de hoge importbelastingen waren buitenlandse auto’s voor de Brazilianen niet te betalen. Vandaar die Kevertjes die in eigen land gebouwd werden. Net als de T1, die nu en masse geëxporteerd worden maar zelden goed zijn. Je ziet echt troep voorbijkomen. De Puma was voor de Braziliaan die een sportwagen wilde. Er was verder niet zoiets te koop. Het is echt een volwaardig gebouwde auto en dat zie je.”

Ik kijk eens goed naar binnen en herken de elan van een merkauto. Chiquer dan een Lotus Elan. Vergelijkbaar met een Alfa of Lancia uit die tijd. Met nette klokjes, kekke kuipstoelen en een fraai gewelfd dashboard. Om van de forse wielen (185/70 R14 voor, 195/70 R14 achter) nog maar te zwijgen. Met recht een wagentje om verliefd op te worden. Motorisch valt er plezier te beleven met de door twee Solex/Brosol carburateurs gevoede boxer, die met 90 pk borg staat voor puike prestaties die niets te maken hebben met een Buggy, zoals de in september beschreven Ruska. Met het lage zwaartepunt en goed gevormde koetswerkje zijn behoorlijke snelheden geen probleem en ook de wegligging is, ondanks de geleende Kever-onderdelen, velen malen beter.

“De auto zoals je ‘m hier ziet, heeft de kwaliteit die ik nastreef. Het moeilijke van Puma’s uit Brazilië halen is de corruptie en de staat van de auto’s aldaar: ze worden er zo slecht opgeknapt. Bovendien moeten de wagentjes hier voldoen aan de eisen die de RDW stelt, dus met reflectoren, ruitenwissers en alles zoals het toen was, want ze zijn dus in Nederland geïmporteerd. Ik heb een paar mensen die aan de andere kant van de Atlantische Oceaan voor me op zoek gaan naar geschikte auto’s die ik hier kan opknappen en doorverkopen. Ik ben nu bezig om de onderdelenvoorziening op te zetten. Technisch is uiteraard geen probleem, maar body-delen, rubbers, interieur en dergelijke zijn lastig. Ik heb een heel groot risico genomen door het avontuur op deze manier aan te gaan. Maar ja, straks zijn ze weg of vergaan... Links en rechts zie ik er nog een aantal te koop staan en die wil ik mooi maken.”

Het is wel heel erg mooi. Er is niets verkeerds aan. Op de klokken en het stuur zit netjes een Puma-logo, de radio past precies bij het 911-achtige interieur. Het voelt Italiaans en het lijkt alsof het torretje niet achter- maar voorin zit. Als de voorklep opengaat zit daar toch echt een forse brandstoftank. “En een zak met zand, want anders stuurt ie niet lekker.” De accu zit vreemd genoeg achterin, rechts naast de boxer.

“Iedereen kijkt om. Laatst kwam ik een Maserati tegen die aanstonds omkeerde en de achtervolging inzette. Bij het passeren ging het duimpje omhoog. Ja, ik heb veel bekijks met deze Braziliaanse schone. Bijna niemand kent het, of van heel vroeger uit de boekjes. Je vindt er ook niet veel informatie over. Destijds was het best een dure auto, zo’n 18.000 guldens. Toen net zoveel als een Alfa Romeo Berlina 2000 of een Opel Commodore.

Pas ik erin?
“Probeer maar. Ik pas toch ook?” Natuurlijk is het laag, maar zeker niet krap. De hemel raakt mijn kruin, maar de zachte stof voel ik bijna niet. De pedalen en vierbak zijn onmiskenbaar Kever, al blijft het geluid prima gedempt. We rollen weg met een voortvarendheid die ik herken van de 356 Speedster. Ook laag en licht en eveneens behept met 90 boxer-pk’s. Het is geen straf om met de GTE op pad te gaan en al snel stuur ik met een lekkere vaart door de polder. Ik mis het brute geplof van een rauwe door Webers gevoede en van een open uitlaat voorziene 1600, zelfs met de ramen vol open. En dat kan, want er komt geen hinderlijke wind naar binnen. Volkomen geciviliseerd sporten we over de landweggetjes. Een groot voordeel is het Keveronderstel dat met z’n pendelassen, en redelijke bodemspeling, moeiteloos met flinke snelheid elke verkeersdrempel neemt. Al gauw kan ik lezen en schrijven met de auto en na een half uurtje is ook de vierbak op temperatuur zodat schakelen lekker kort en rap gaat. Ik wil er een! Jij ook? Neem dat contact op met Bart van Hoef en laat even weten hoe ie bevalt.