Taxeren Renault 4cv

‘Kijk, de auto van opa’

Het moet rond 1955 zijn geweest. De opa van Willie Leppink was de koning te rijk: hij had een Renault 4cv, een van de eerste modellen met een trekstarter. Maar de motor wilde vaak niet aanslaan. Als opa Leppink pogingen deed zijn trots te starten, riepen de buren: “Willem is zijn auto aan het doorzagen.” Het is de herinnering die een Renault 4cv oproept bij de 73-jarige Willie Leppink uit Enschede.

Door Jan-Erik Plettenburg

Op vakantie in 1994 in Ostrov in het toenmalige Tsjecho-Slowakije zag Willie Leppink een Renault 4cv staan. “Kijk de auto waar opa mee reed”. De volgende dag kwam de familie er weer langs en Willie zei opnieuw: “Kijk de auto van opa staat er nog”. De derde dag waarop Willie iets zei over de auto, riep zijn vrouw: “Nou gaan we vragen wat-ie kost en anders ophouden met zeuren.” Met handen en voeten werd er gecommuniceerd met de eigenaar. Bedragen werden in het stof op het dak geschreven en weer weggeveegd, maar de eigenaar en Willie werden het niet eens. Hij liet zijn adres achter en ging verder met vakantievieren. Eenmaal thuis ging veertien dagen later de telefoon: een man die gebrekkig Duits sprak. Of hij nog belangstelling had voor de 4cv. Het bleek een vriend van de eigenaar. Na wat heen en weer gepraat werd een prijs afgesproken. Bovendien werd afgesproken dat de eigenaar de auto zou afleveren in Oost-Duitsland om problemen met uitvoer te voorkomen. Alles van dertig jaar en ouder mocht Tsjecho-Slowakije niet uit. Het werd nog een heel avontuur: niet alleen moest de eigenaar naar huis met een stapel Duitse Marken, maar ook Willie Leppink moest met de Renault op een autoambulance de grens tussen Oost- en West-Duitsland over zien te komen zonder lastige vragen. Het is allemaal goedgekomen. De auto werd gestald bij zijn schoonzus, omdat Willie Leppink eerst een werkplaats achter zijn huis wilde bouwen.

Monnikenwerk
De 4cv werd in 1957 nieuw gekocht door Josef Keller, een officier in het Russische leger. Bij de vorming van de Tsjecho-Slowaakse Socialistische Republiek in 1960 werd de Russische invloed ogenschijnlijk minder en werden legereenheden teruggetrokken. De Renault werd in een schuur opgeslagen en van onder in de teer gezet. De man van wie Willie Leppink de auto kocht, was de kleinzoon van Josef Keller; hij kon het geld wel gebruiken. De Renault bleek een exportmodel te zijn met een extra oliebadluchtfilter en een aanvoerbuis voor koellucht naar achter. In 1995 was de werkplaats klaar en ging de restauratie van start met het uit elkaar halen van de auto. Dochter Koriene hielp dapper mee. Het maken van foto’s werd wel eens overgeslagen en dat heeft Willie geweten bij de opbouw jaren later. Pas dit jaar was de auto helemaal klaar. Niet dat Willie Leppink continue aan de auto gewerkt heeft, verre van dat. Het werk lag geregeld stil door ziekte en andere omstandigheden. De auto bleek na demontage in een verrassend goede staat; er zat geen laswerk aan. Willie Leppink maakte de auto kaal tot op het metaal. Alles met de hand; monnikenwerk. De motor was en is in goede conditie; revisie was niet nodig. Uit de papieren die bij de auto horen, blijkt dat het huidige blok is ingebouwd in 1978. De teller staat nu op net 40.000 kilometer en dat is de originele stand. Meer kilometers heeft de auto niet gereden. Het was voor Willie aanvankelijk een raadsel waar de letters RNUR voor staan op het embleem voorop de auto. Maar de verklaring is simpel: de auto stamt uit de tijd dat Renault een staatsbedrijf was. De letters staan voor Régie Nationale des Usines Renault.

Kleindochter
Het meeste werk aan de auto werd de laatste drie jaar gedaan. Willie Leppink wilde het project afronden. Kleindochter Jocelyn hielp ook mee met de opbouw van de 4cv en vond het zo leuk dat ze er haar vak van wilde maken. Zij heeft inmiddels de opleiding Autotechniek met succes afgerond en sleutelt nu beroepsmatig aan auto’s. Willie heeft zelf geen technische achtergrond. Hij heeft het zichzelf aangeleerd. Hij repareerde bromfietsen en wist het vermogen op te voeren tot ze wel 120 kilometer per uur liepen. Later knapte hij ook Kevers op die hij vervolgens met winst wist te verkopen. Hij had nooit gedacht nog eens een klassieke auto te restaureren en het blijft ook bij deze ene 4cv. Willie is nu 73 en wil vooral genieten van de auto en er met de camper op uit.

Wat vindt de taxateur ervan?
“Bewonderenswaardig dat iemand zonder technische achtergrond een oude auto in zo’n staat weet te brengen. De Renault 4cv van Willie Leppink is in bijna nieuwstaat; de auto is met oog voor detail gerestaureerd met behoud van de onderdelen die nog goed bruikbaar waren. Mijn oordeel: de auto is tussen staat 1 en staat 2 en dat betekent een taxatiewaarde van € 17.500. Petje af voor Willie Leppink!” – 822w