Geschiedenis Edoardo Weber

95 Jaar Weber

De mooiste en meest gevierde automotoren uit de geschiedenis gingen veelal getooid met een rij dubbele Weber-carburateurs, één voor elk paar cilinders zodat elke cilinder zijn eigen gasklep had. Ferrari’s, Maserati’s, vooroorlogse race-Alfa’s; allemaal lieten ze bij het openen van de motorkap zo’n rij glimmende inlaatkelken aan de inlaatzijde van de cilinderkop zien. En werden ze niet standaard gemonteerd, dan was er altijd wel een tuner die je aan een passend inlaatspruitstuk voor één of meerdere DCOE’s of andere Webers kon helpen. De uitvinder en oprichter van de Fabricca Italiana Carburatori Weber heeft de glorietijd van de Weber-carburateurs zelf niet mogen meemaken. Op 17 mei 1945 verliet Edoardo Weber zijn fabriek voor zijn dagelijkse avondwandeling, en keerde nooit meer terug.

Edoardo Weber werd in 1889 geboren in Turijn. Dat de achternaam eerder Duits dan Italiaans aandoet klopt: zijn vader kwam uit het Duits sprekende deel van Zwitserland en zijn moeder uit Piemonte, de regio in het noordwesten van Italië met als hoofdstad Turijn. Na zijn studie werktuigbouwkunde aldaar ging de jonge Edoardo bij Fiat werken, waar hij in 1912 als voorman werd overgeplaatst naar Bologna en op een bepaald moment ook de leermeester van ene Amedeo Gordini werd. Net als Gordini was Weber gefascineerd door de nog jonge autosport en hij bleek een niet onverdienstelijk coureur; zo claimde hij in 1920 met een Fiat 501 de derde plaats in de Il Ciruitao di Mugello-race, waar Enzo Ferrari met een Isotta Fraschini uitviel. In de jaren direct na de Eerste Wereldoorlog was benzine duur en die omstandigheid leidde tot het eerste commerciële succes voor eigen rekening van de ingenieur. Kerosine was namelijk een stuk goedkoper en Weber creëerde een ombouwset waarmee vrachtwagens op deze brandstof konden rijden. In 1923 richtte Weber met drie partners zijn eigen bedrijf op. Het eerste product werd een speciale carburateur die onderdeel was van een conversie van de Fiat 501-motor naar kopkleppen en een compressor. Deze ‘Econo Supercharger’ had twee venturi’s: een kleinere die werd gebruikt bij lagere snelheden en belastingen waarbij de laaddruk van de compressor simpelweg werd ‘afgeblazen’ in de atmosfeer; bij vol gas sloot deze klep en werd de compressor, die het brandstof/luchtmengsel nu onder druk in de cilinders bracht, gevoed door de tweede, grotere venturi. Weber realiseerde zich al snel dat zijn carburateur ook prima werkte zonder compressor en ook dan zorgde voor een lager brandstofverbruik bij lagere snelheden, en meer vermogen wanneer de bestuurder daar om vroeg. De eerste Weber-carburateurs werden daardoor al snel een populaire modificatie voor de Fiat 501, vooral onder taxi-eigenaren. Het was echter een nieuw model carburateur, de ‘cassette’ dat de doorbraak voor het jonge bedrijf bracht.

Het lag voor de hand dat Weber zich ook zou storten op het ontwerpen van carburateurs voor de autosport. De Maserati 1100 cc-sportmodellen kregen carburateurs zoals we ons tegenwoordig ‘dubbele Webers’ voorstellen: liggend (‘sidedraft’) en met twee gelijke venturi’s of ‘barrels’ per carburateur. Alfa Romeo gebruikte ook Webers op zijn raceauto’s: een paar 50 DCO’s op de supercharged achtcilinder lijnmotor van de 8C2900, en een drievoudige 50 DR3C op de 1,5 liter voiturette 158 ‘Alfetta’. Weber ging verder en ontwikkelde carburateurs met dubbele vlotterkamers om te voorkomen dat de brandstoftoevoer in snel genomen bochten zou stokken met een te arm mengsel als gevolg.

Spoorloos
Weber zag zich in staat om de racesuccessen in de jaren dertig om te zetten in commercieel succes. Zijn voormalige werkgever Fiat stapte vanaf het midden van de jaren dertig over van Solex naar Weber en de overeenkomst tussen beide bedrijven die in 1937 werd getekend, vereiste dat Weber een grote, moderne fabriek ging bouwen. Die werd op 21 april 1940 aan de Via del Timavo in Bologna geopend. De Tweede Wereldoorlog en uiteindelijk de bezetting van Noord-Italië door de nazi’s brachten het bedrijf effectief onder militair commando. In april 1945 werd Bologna bevrijd door de Italiaanse verzet en Edoardo Weber, die lid was van de fascistische partij van Benito Mussolini en in 1937 en 1943 twee hoge onderscheidingen van de staat had gekregen, stond kennelijk op het lijstje van gezochte personen bij het nieuwe bewind. Drie weken na de bevrijding klopten er twee mannen in burger aan en verlieten even later de fabriek om Weber te begeleiden bij zijn avondwandeling. Daarna is er nooit meer iets van Edoardo vernomen. Waarschijnlijk is hij geëxecuteerd door de bevrijdingskrachten; het graf van Edoardo Weber bleef tot op de dag van vandaag leeg.

Spanje
De verdwijning van de oprichter bracht het bedrijf in de woelige naoorlogse jaren in zwaar weer. Fiat, nog steeds de grootste klant, engageerde zich eerst door een meerderheidsaandeel in Weber te nemen en met ingang van 1952 werd Weber een integraal onderdeel van de toeleverancierketen van de Fiat-groep. In 1986 nam Fiat de leiding over Webers grootste rivaal, Solex, en voegde beide samen in de Raggruppamento Controllo Motore divisie van een andere dochteronderneming, Magneti Marelli. Elektronische brandstofinspuiting en motormanagementsystemen kregen in die jaren de overhand en in 1992 stopte de productie van Weber-carburateurs in Bologna om te worden verplaatst naar Madrid. Tot op de dag van vandaag worden daar Webers geproduceerd, nu voornamelijk voor de klassieke (race)wereld. Daarom dragen alle echte Weber-carburateurs vanaf 1992 het stempel ‘Made in Spain’. – 870w