Moet je zo’n auto laten taxeren?

Als je aan een taxateur vraagt of het zinvol is om een youngtimer te laten taxeren, hoef je niet verbaasd te zijn over het antwoord. Het antwoord heeft steevast een hoog ‘Wij van WC-eend adviseren WC-eend’-gehalte. Maar toch zijn er goede argumenten om bij deze Citroën XM een taxatierapport te hebben. Of je het rapport zou moeten gebruiken voor een WA Casco verzekering, is een andere vraag.

In 1989 kwam Citroën met een nieuwe grote limousine: de XM, als opvolger van de CX. De verkopen van de CX liepen begin jaren tachtig terug; dat model was sinds 1975 al op de markt. In 1984 kwam het groene licht voor de ontwikkeling van de opvolger. De ontwikkeling liep parallel met de Peugeot 605 van het moederconcern. De bodemgroep was hetzelfde, zij het dat de XM – toen nog - uiteraard werd voorzien van hydropneumatische vering, hét kenmerk van de grote Citroëns. Het ontwerp van de 605 is van Pininfarina; dat van de XM komt uit de ontwerpstudio van Bertone. Marc Deschamps tekende de koets, waarbij vooral het enorme glasoppervlakte (12 ramen!) en de ruimteschipachtige voorkant opvallen. En alhoewel de XM werd uitgeroepen tot Auto van het Jaar, bleef commercieel succes uit. In totaal zijn er 333.405 exemplaren gebouwd in elf jaar tijd. De grote Citroën die volgde, de C6, deed het met 23.471 geproduceerde auto’s nog slechter…

Mega-beurt
De geschiedenis herhaalt zich, zeker bij Citroën. Alle grote modellen kampen met kinderziektes. Dat begon al met de Traction Avant in 1934, herhaalde zich bij de DS en ook de XM had tal van kwalen. De eerste klanten waren eigenlijk testrijders. Toch, wie een XM koopt met een stapeltje betaalde rekeningen, koopt een probleemloze auto. De auto van deze pagina’s is van een Citroën-liefhebber, die zijn mobiele carrière op zijn achttiende begon met een Citroën ID 19 en sindsdien een voorliefde voor modellen met veerbollen heeft gehouden. Later kwam er een D Spécial met minder roest, een GS en een BX en bij de introductie van de XM stond hij ‘s avonds laat met zijn neus tegen de ruit van showroom van de plaatselijke concessionaire gedrukt, om zich te vergapen aan de nieuwste creatie van ‘zijn’ merk. Vorig jaar kon hij van een kennis een exemplaar uit 1994 overnemen; een 2.0 Injectie van 1994 met net 116.000 kilometer op de teller. In dat modeljaar zijn er maar 373 XM’s geproduceerd met een dergelijke motor. De diesels werden dat jaar het meest gebouwd, gevolgd door de V6 3.0 liter benzine modellen. Het serviceboekje bij de auto laat zien dat de XM geleverd is aan een bedrijf in Steenbergen. Het boekje is bijgehouden tot 2002 en een kilometerstand van net 102.000 kilometer. Dat was het moment waarop de tweede en vorige eigenaar de auto een beurt liet geven. Die heeft de auto nauwelijks gebruikt en vooral gestald laten staan tot hij begin 2015 besloot de auto weer tot leven te wekken met een mega-beurt door een Citroën-specialist. De teller stond toen op ruim 109.000 kilometer. De tweede eigenaar, ook een echte Citroën-liefhebber, gebruikte de auto nauwelijks. Alleen met evenementen kwam de auto buiten. Hij besloot de auto 6.000 kilometer later, in 2017, te verkopen.

Zwevend tapijt
De huidige, derde eigenaar, gebruikt de auto om mee te rijden. Vooral op lange(re) afstanden is het een feest met het spreekwoordelijke Franse comfort. De auto heeft nog het meest weg van een zwevend tapijt, waarbij de rare overbrengingsverhoudingen van de (handgeschakelde) 5-bak je doen afvragen waarom er geen zesde versnelling is. Want 4.000 toeren bij zo’n 120 kilometer per uur op de snelweg went wel, maar doet toch echt afbreuk aan het comfort. Verder is het een typische Citroën: zo ontbreekt een koelvloeistoftemperatuurmeter. De eerste generatie XM’s had een rechter buitenspiegel die voor een groot deel schuil gaat achter de A-stijl. Vanaf modeljaar 1993 kreeg de XM een tweespakig stuur, terwijl het dasboard ontworpen was voor een éénspakig stuurwiel. Gevolg: een groot aantal knoppen gaat schuil achter het stuur en moet je op de tast maar zien te vinden. Dat bleef zo tot 1995; toen kwam de tweede generatie XM, te herkennen aan het embleem midden op de grille en inderdaad een geheel gewijzigd dashboard. Over het algemeen worden de modellen uit de tweede generatie als de beste uit de serie beschouwd.

Oud ijzer prijs
Zoals met alle grote Citroëns komt er een moment waarop ze voor een habbekrats te koop worden aangeboden. Dat stadium is de XM nog niet voorbij, maar volgens Vredestein-taxateur Huib Adolfs is een kentering waarneembaar. Voor mooie exemplaren wordt al (relatief) veel geld gevraagd en het wordt er ook voor betaald. Liefhebbers van het merk hebben de XM ontdekt, als ze dat al niet hadden. Tenslotte is er in Nederland al sinds 1998 een XM-club; de auto was toen nog in productie. De voorspelling van Adolfs dat de waarde van de XM gaat stijgen, is geen gewaagde. Terug naar het exemplaar van deze pagina’s: de auto is in zeer behoorlijke staat, roestvrij op cruciale delen, met wat lichte gebruikssporen en een opvallend net interieur. De auto is tussen staat 2 en 3 in, op een schaal waarbij staat 1 concoursstaat betekent en staat 5 – zeg maar - schroot. Adolfs komt voor deze XM uit op een taxatiewaarde van € 2.500,-. Dat maakt zo’n rapport waardevol als bij een ‘gewone’ WA-verzekering door een ander schade veroorzaakt wordt. Immers de dagwaarde is bij wijze van spreken de oud ijzer prijs. Daarom is een taxatierapport bij deze future classic, zeker in combinatie met een rechtsbijstandsverzekering, aan te bevelen.