Een XK om mee te rijden

Het was de Britse detectiveserie Inspector Morse, waarin de speurneus rondrijdt in een rode Jaguar Mk II, die Hans Wierbosch deed verlangen naar zo’n Jaguar. “Later als ik gepensioneerd ben, wil ik er een”, verzuchtte hij meermalen als Morse op televisie weer een moord had opgelost. Zijn vrouw Majohrie moedigde hem aan niet zo lang te wachten en in 2004 was het zover; Wierbosch kocht zijn Mk II en hij was 41.

Door Jan-Erik Plettenburg

Eigenlijk had Hans zich amper verdiept in het merk Jaguar, maar zijn enthousiasme was niet meer te stuiten. Dat enthousiasme werd vanaf het begin gedeeld door zijn vrouw. Ze hoefden dan ook niet lang na te denken toen de Jaguar Daimler Club Holland in 2006 haar leden uitnodigde om de legendarische Route 66 dwars door Amerika te gaan rijden om het 30-jarig bestaan van de club te vieren. Tussen al de deelnemende Jaguars ontwaarde Hans diverse XK’s. Dat waren toch wel erg mooie modellen. Weer terug van het Amerikaanse avontuur liet de gedachte om een XK te bezitten hem niet meer los. Het restauratiebedrijf waar Hans de motor van zijn MK II had laten reviseren, had een XK 120 uit Amerika staan, die eigenlijk te goed was voor een totale restauratie. Het was precies wat hij zocht: een auto met een beetje werk. In dit geval problemen met de cilinderkoppen. De auto was in de jaren ’80 in Amerika opgeknapt en Hans vermoedde toen dat de revisie van de motor niet goed gegaan is en dat de oude eigenaar weinig plezier van zijn werk gehad heeft: de teller stond bij aanschaf in 2007 op 10 mijlen. Ook de bevestigingspunten van de cabrioletkap waren afgezaagd; Hans vond ze terug tussen de reserveonderdelen die in de XK lagen.  

Aanpassingen
Het enige nadeel van deze auto was de beperkte hoofd- en beenruimte. Majohrie is 1 meter 90 lang en dan is het in deze auto behelpen. Meer hoofdruimte werd gecreëerd door de kap een paar centimeter hoger te maken. Een bezoek aan een restauratiebedrijf in Engeland bracht Hans op een idee voor meer beenruimte. Bij het bedrijf werd gewerkt aan de restauratie van een XK 120 voor een lange Nederlander en het schutbord, inclusief de pedalen werden naar voren geplaatst. Als dat kan aan de bestuurderskant, moet dat ook kunnen aan de bijrijderskant, dacht Hans en hij besloot het schutbord van zijn XK 120 een tiental centimeters naar voren te verschuiven. “Mijn vrouw past er nu in, maar ze kan niet achter het stuur zitten”, aldus Hans met een grote glimlach. “We hebben de XK voor het plezier, om er mee te rijden en dan moet je er wel goed in kunnen zitten.” De XK wordt geregeld ingezet voor rally’s, waarbij de rolverdeling helder is: Hans rijdt, Majohrie navigeert. Dat werkt prima. “Als Hans teveel zeurt, zeg ik: ga jij maar navigeren. Dan is het stil, want Hans kan absoluut niet navigeren”, zegt Majohrie.

Nieuwe standaard
Het succesverhaal van de XK-serie begint bij de motor, een nieuw ontworpen blok met twee bovenliggende nokkenassen. De motor was bedoeld voor de grote saloon van Jaguar, maar die was in 1948 nog niet productierijp. De motor wel en besloten werd het blok te tonen op de Earls Court Motorshow in Londen. De grote baas van Jaguar, William Lyons, tekende op basis van een ingekort chassis van een Mark V een open sportwagen. Op de vraag van een autojournalist aan Lyons, veertien dagen voor de opening van de autoshow, hoe de auto ging heten antwoordde hij: “XK 120”. XK naar het motortype en 120 naar de geschatte topsnelheid in mijlen. Het plan was om er hooguit tweehonderd te bouwen, maar het showmodel maakte zoveel indruk dat besloten werd de auto in serie te gaan bouwen. Daarvoor was het wel noodzakelijk om een stalen koets te laten maken. De eerste XK’s waren opgebouwd uit met de hand geklopte aluminium delen. De productie kwam in mei 1950 op gang; veel exemplaren werden geëxporteerd naar Amerika en Australië voor de broodnodige deviezen. Grondstoffen werden alleen toegewezen aan bedrijven die vreemde valuta in het laatje brachten. De succesvolle inzet van de auto bij races en rally’s deed de rest: de XK 120 werd de nieuwe standaard als het gaat om de naoorlogse sportwagen.

Geen invloed
Niet alleen de zogenoemde gebruikssporen verraden dat de XK 120 van Hans en Majohrie Wierbosch wordt gebruikt; onder de motorkap zijn kleine aanpassingen te vinden om de auto net even bruikbaarder te maken. Er is een elektrische ventilator gemonteerd voor extra motorkoeling en het koelsysteem is met een expansievat gesloten gemaakt. In het interieur is een aansluiting te vinden voor een modern navigatiehulpmiddel. Voor de waarde heeft dat volgens Vredestein-taxateur Huib Adolfs geen negatieve invloed: “Een taxatierapport is geen juryrapport van een concours d’ élégance. Zolang de aanpassingen de structuur van de auto niet aantasten, zijn deze niet wezenlijk van invloed op de waarde. Dat geldt wat mij betreft ook voor de aanpassing aan het schutbord. Die is redelijk eenvoudig weer ongedaan te maken.” Adolfs constateert op de Vredestein-taxatiedag, bij Kuipers Banden in Goor, dat deze XK 120 in staat 2 verkeert, een zeer goede staat met lichte gebruikssporen. Dat geldt ook voor de onderkant van deze Jaguar, ziet Adolfs als de XK op de brug staat. De constateringen worden omgezet in een taxatiewaarde van € 101.000,--. Een XK 120 Drophead Coupé in concoursstaat, staat 1, is volgens Adolfs € 135.500,- waard.